Sportvonkjes | Rinus Vonk

In Sportvonkjes zet ik regelmatig een sporter in het zonnetje. In deze editie aan het woord: mijn eigenste papa Rinus Vonk, marathonloper in ruste en gepensioneerd triatleet. Op zijn 79e is Rinus nog steeds een enthousiast sporter, bij wie ik graag even in zijn sportbrein wroet. Over kotsen na de finish, een saluut aan je vader liggend in olympisch gras, de voldoening van sport en gaan tot het gaatje.

Tekst: Vonk Tekst & Design – Fotografie: Fraukje Vonk Photography (en eigen archieven)

Zwemmen in de Oude Rijn

In mijn jeugd deed ik niet echt fanatiek aan één bepaalde sport. We trapten een balletje op straat, en gingen kijken als RCL speelde, de Leiderdorpse voetbalvereniging. Zwemmen deden we in de Does of de Oude Rijn. Met mijn vader fietste ik op zondag naar mijn oma in Vinkeveen, zo’n 35 kilometer van huis. Later gingen we nog wat verder, naar Loenen aan de Vecht, naar m’n tante. Allemaal op een gammele fiets met verschillende banddiktes. In de winter, als het wilde vriezen, gingen we schaatsen, dat deed ik echt heel graag. In de polder, of als het ijs wat steviger was op de Does of de Rijn. Ik heb zelfs een keer een merentocht van 90 kilometer geschaatst. Dus ondanks dat ik niet op een sport zat, had ik aan beweging geen gebrek.

Sportspeld voor Militaire Lichamelijke Vaardigheden

Na de ambachtsschool ben ik gaan werken in de bouw. Daarnaast deed ik van m’n 14e tot mijn 24e de avondschool en met vier, vijf avonden in de week school en huiswerk in de weekenden, kwam er niet veel van sporten. Maar toen ik in dienst ging kwamen die sportkriebels toch wel weer omhoog. Ik heb daar mijn MLV-sportspeld gehaald, dat staat voor Militaire Lichamelijke Vaardigheden. Die test bestond uit honderd meter snelloop, honderd meter lastdragen, twee kilometer duurloop, acht kilometer speedmars, verspringen, handgranaatwerpen (!), touwklimmen en honderd meter zwemmen.

ZondagOchtendSpierpijn

Na dienst deed ik nog de avondopleiding tot aannemer en in 1963 heb ik Bouwbedrijf Vonk & Zonen opgericht, waar later ook mijn vader en broer bij kwamen. Met zo’n eigen zaak is het vooral werken, werken, werken wat de klok slaat, en bleef het sporten beperkt tot de vakanties. De jaarlijkse tienkilometerrun op Camping Darna, een kilometer zwemmen voor een pak melk van Latte Carnini, lange bergwandeltochten en een lekker balletje slaan op de tennisbaan. Maar toen ik door een van mijn twee dochters werd gevraagd of ik mee wilde lopen met de Leidse Singelloop, een run van een kilometer of zes, liep ik natuurlijk mee. Dat ging wonderwel goed. Kort daarop werd ik lid van de ZOS, officieel ZaterdagOchtendSport, maar in de wandelgangen ook wel ZondagOchtendSpierpijn. Toch hield die spierpijn me niet tegen. In 1989 werd ik lid van de Leiden Road Runners Club (LRRC) en was het hek van de dam, het hardloopvirus had me te pakken.

Kotsen na de finish

Mijn eerste grote run was de Artesia-loop in Koudekerk. Toen ik na 25 kilometer de finish overging, heb ik ergens in een hoek staan kotsen, ik had veel te weinig getraind. En toch voelde ik me happy na afloop. Ik wilde nog een keer en nog een keer en nog een keer. Dat gevoel achteraf was zo fijn, en onderweg – als je tenminste goed hebt getraind – is het Genieten met een grote G.

Over de vangrail en rennen maar

De eerste marathon die ik liep was die van Rotterdam, in 1990. Daar heb ik wel degelijk voor getraind. Via de LRRC kreeg ik een trainingsschema, en dan was het overdag werken en ’s avonds lopen. Druk, maar een kwestie van slim nadenken. Als ik een klus had in bijvoorbeeld Zoetermeer, reed ik ’s ochtends met de jongens mee. Aan het einde van de dag kleedde ik me om, gaf mijn boeltje aan die gasten mee, hardloopschoenen aan en gaan. Maar het kwam ook weleens voor dat we bij mijn schoonmoeder waren geweest in Rotterdam, en dan zette Dicky, mijn vrouw, me af ter hoogte van Delft. Dan stapte ik over de vangrail heen, en rennen maar.

Zwemmend naar m’n zus

Ik heb ook een paar halve triatlons gedaan, en daar heb ik ook min of meer op die manier voor getraind. Gingen we naar mijn zus in Bilderdam, stapte ik in Rijnsaterwoude uit de auto. Hup, de vaart in en zwemmend naar zus Arieda. Lopen en fietsen, dat ging wel, maar langeafstandzwemmen was niet mijn ding. 

De nachtmerrie van Apeldoorn

De marathon van Apeldoorn was mijn ergste. Het vroor acht graden, verschrikkelijk wat koud. Bij de finish kreeg ik een deken van het Rode Kruis, maar vijfhonderd meter voor de douchegelegenheid moesten ze die weer terug. Had ik eindelijk gedoucht – met lauw water – bleek dat ze m’n schoenen hadden gejat. Het jaar erna vroegen de jongens van de club of ik weer meeging. Uiteindelijk besloot ik mee te gaan, voor een halve marathon. Ging het ineens zo lekker, dat ik ‘m maar helemaal heb uitgelopen.

Marathon van GriekenlandBiertje bij de ambassadeur in Griekenland

Mijn tweede marathon, die van Athene, was natuurlijk een dingetje. Dat is tenslotte dé marathon, van Marathon naar Athene. Het was verschrikkelijk warm, maar als je binnenkomst in het oude olympisch stadion ben je dat vergeten. Die gigantische, witmarmeren arena in de vorm van een hoefijzer, als je daar binnenkomt, dat is zo bijzonder. Douchen kon er niet, maar ik had vijf flessen water bij me. Kon ik me buiten de bus even afspoelen, voor we met de Nederlandse lopers een biertje gingen halen bij de Nederlandse ambassadeur in Athene. 

Deutsche Pünktlichkeit in Berlijn

De best verzorgde marathon was die van Berlijn. Wat wil je ook met die deutsche Pünktlichkeit. Het schitterende weer deed al veel goeds, maar onderweg kreeg je overal maar wat je hebben wilde: water, sap, banaan, sinaasappel, speciale grote kuipen water waar je je kop even in kon dompelen. Zelfs over de waterspuiten was nagedacht: die spoten niet dwars over straat – zodat je tegen wil en dank nat zou worden – maar mooi in de looprichting zodat je precies zo nat kon worden als je zelf wilde. En… jawel, 200 meter na de finish een heerlijke douche! 

Saluut aan mijn vader in München

De meest emotionele marathon was die van München. Ik was daar begin 1972 met mijn vader, voor een studiereis. Er waren allerlei excursies georganiseerd en zo vlak voor de Olympische Spelen mocht een bezoek aan het Olympiapark en een diner in de Olympiatoren natuurlijk niet ontbreken. Dat bleek uiteindelijk een heel bijzondere herinnering, want een paar maanden later overleed mijn vader. In 1994 was ik weer in München, nu voor de marathon. De finish was in het Olympiapark. Toen ik uitgeteld in het gras lag, zag ik boven mij die toren. In stilte heb ik even een groet aan mijn vader gebracht.

Hartslagmeter aan de wilgen

Toen ik serieus ben gaan trainen, deed ik dat met een hartslagmeter. Dat ding was steeds in de war, dacht ik. Tot ik er in het midden van de jaren ’90 achter kwam dat ik hartritmestoornissen heb. Toen heb ik dat ding aan de wilgen gehangen. Dat leidt alleen maar af. Ik heb van de artsen gelukkig altijd gewoon mogen blijven sporten. Ik mag gaan tot het gaatje, niet verder. Daar hou ik me dan maar aan.

Zonder appeltaart is het niks

Hardlopen doe ik niet vaak meer. Maar ik zit zeker niet stil! Ik ben nog altijd actief lid van de ZOS, Dicky en ik zijn al jaren lid van Tennisvereniging Zuid-West, en als er sterk ijs is – dat is al even geleden – ga ik nog steeds graag schaatsen. Ik fiets zo nu en dan een mooie rit met mijn dochter, en sinds jaren fiets ik op woensdagochtend met een club oude sportknarren. Op de ‘dikke banden’ fietsen we rondjes van een kilometer of vijftig, inclusief appeltaart. Mét slagroom. Op het moment hebben we even een pauze ingelast, want zonder appeltaart onderweg is het natuurlijk niks. Fietsen in groepsverband doen we nu dus even niet, maar ik stap regelmatig in m’n eentje op de fiets. Bij de ZOS mogen we gelukkig nog wel trainen, en tennissen kan ook. Ik voel me gewoon nog steeds heerlijk als ik heb gesport. Ik heb zelfs vorige week voor het eerst van m’n leven met Olga Commandeur meegedaan, bij Nederland in Beweging! Ja, ik blijf sporten tot ze me oprapen.

Oudste dochter Femke sponsoren voor de Tour for Life? Dat kan hier!

Ook een Sportvonkje?

Ben jij ook een enthousiaste sporter en vind je het leuk om een keer je verhaal te doen? Dat kan! We bellen een kwartiertje, ik stel je een paar vragen en ik schrijf een blog zoals deze uit jouw naam. Ik stuur je mijn voorstel in Word waarop je één keer mag schieten (of naar aanleiding waarvan je je terug mag trekken;-)). Lijkt het je wat? Laat het me weten via femke@vonktekstendesign.nl. Dit aanbod is gratis en voor niets, en je mag de tekst ook delen op je eigen (bedrijfs-)website of sponsorpagina. Eén maar: ik schrijf niet meer dan één Sportvonkje per week. Het kan dus zijn dat je even geduld moet hebben. Uiteraard mag je – als lezer of als Sportvonkje – je waardering altijd laten blijken door een kleine donatie te doen via mijn Tour for Life-pagina.

Geplaatst in Sportvonkjes.

Reageren is lief!