‘Je blijft hopen dat hij in de chaos opduikt.’

Op 12 oktober 2002 vonden op Bali, Indonesië, drie bomaanslagen plaats. Een zelfmoordenaar blies zichzelf op in de Paddy’s Bar in het uitgaansgebied Kuta Beach. Aan de overkant, voor de Sari Club, ontplofte even later een autobom, een krater van acht meter doorsnee achterlatend. De derde aanslag vond plaats bij het Amerikaanse consulaat. Bij deze aanslagen vonden 202 mensen de dood, waaronder vier Nederlanders. De vrienden Norbert Freriks en Wybrand van der Meulen sloten hun rondreis door Indonesië af op Bali. Op het moment van de aanslagen dronken zij, in de Sari Club, een biertje om het eind van hun vakantie te vieren. Monica Leijen, toen 39, de vriendin van Norbert, gunde de mannen hun jaarlijkse gezamenlijke trip en was in Nederland gebleven. Op het moment van de aanslagen zat zij nietsvermoedend thuis op de bank, nagenietend van een etentje met vrienden. Eén sms’je veranderde haar leven: ‘Bom ontploft op Bali’. Ruim twee maanden leefde zij in onzekerheid. Nu, zestien jaar later, spreekt journalist Femke Vonk met de betrokkenen. Ze vertellen hoe ze deze periode zijn doorgekomen en hoe ze hun levens weer hebben kunnen oppakken. Een heftig verhaal dat helaas nog steeds actueel is.

Ik tref Monica en Wybrand voor een diner in een rustig restaurant. Wie niet beter weet, ziet drie vrienden die een gezellige avond uit eten zijn. Net als Monica dat was, een paar uur voor ze  dat ene sms’je van een vriend ontving: ‘Bom ontploft op Bali.’

Facebook, Twitter? Dat was er nog niet

Monica: ‘Ik was net van plan naar bed te gaan toen ik dat sms’je kreeg. Ik ben direct op Teletekst gaan kijken. Twitter, Facebook? Dat was er allemaal nog niet, laat staan dat je even kon Facetimen. Nop – zoals zijn vrienden Norbert noemden – had zijn mobiel niet eens meegenomen op vakantie, dat was toen nog heel gebruikelijk. Kon je tenminste ook niet gestoord worden door werk. De berichtgeving op teletekst ging over de bom op het Amerikaanse consulaat in Denpasar, waar gelukkig geen slachtoffers waren gevallen. De omvang van de gelijktijdige bomaanslagen in Kuta was blijkbaar nog niet doorgedrongen, daar was geen berichtgeving over. Behalve Nop en Wybrand, waren – bij toeval – ook mijn moeder en haar vriend op Bali, evenals twee bevriende stellen van Nop en mij. Goddank zaten ze allemaal veilig in Kuta Beach, ver van Denpasar, dacht ik, dus ik ben rustig gaan slapen.’ 

We namen nog een biertje. Tot die andere bom afging…

Kort daarvoor stonden Wybrand en Norbert in de Sari Club het naderende einde van hun vakantie te vieren met een biertje. Het was zaterdagavond en dinsdag zouden ze terugvliegen. ‘Nop stond aan de bar en ik stond een paar meter verderop’, weet Wybrand zich te herinneren. ‘Het Rugby-Sevens-toernooi, dat op het eiland was gehouden, werd die avond afgesloten. Het hele uitgaansgebied was stampvol toeristen. We hoorden buiten een knal, maar eigenlijk reageerde niemand daar echt op. We dachten dat het misschien vuurwerk was, konden het niet echt plaatsen. Achteraf bleek het de zelfmoordbom in de Paddy’s Bar. De bedoeling was dat we massaal naar buiten zouden rennen zodat de impact van de daaropvolgende autobom nog groter zou zijn. Maar in plaats daarvan namen we nog een biertje. Tot die andere bom afging. Toen werd het ineens zwart voor mijn ogen. Ik lag knock-out op de grond, vlakbij de ingang, en de mensen liepen over me heen om naar buiten te komen. Op een gegeven moment besefte ik me, net als in een nachtmerrie, dat ik wakker moest worden. Er lag een soort bamboemat en wat puin op me. Toen ik omhoog kwam en om me heen keek, stonden de vlammen 20 meter hoog. Ik heb geen idee wat er in de tussentijd gebeurd is. Ik rende naar buiten. Bij het zwembad was al een soort provisorisch opvangcentrum gemaakt en daar ben ik gaan zitten, op een stoepje. Ik heb eerst gecontroleerd of alles er nog aan zat; ik voelde wel dat mijn oog dik was en dat er bloed langs m’n hoofd liep, maar eigenlijk had ik niet zoveel. Ik heb daar een paar uur gezeten, voor ik, met drie anderen, in een ambulance naar het ziekenhuis in Denpasar werd vervoerd. Daar ben ik gehecht, in een zaal vol mensen die allemaal gehecht of anderszins geopereerd werden. Nog steeds drong de omvang van het gebeurde niet tot me door en toen ik eenmaal gehecht was, vond ik het wel tijd om te gaan.’

Zo is het dus als je verstand op nul staat

Het ziekenhuispersoneel vond het niet zo’n goed idee dat Wybrand wegging, en brachten hem naar een kamer. ‘Daar lag een Australische jongen. Die kreeg bezoek van iemand die een  mobiele telefoon bij zich had. Het was al de ochtend na het gebeurde, en ik wist inmiddels dat het een bomaanslag was geweest. Ik heb die telefoon even geleend om mijn ouders in te lichten hoe het met me ging. Ik heb ze verteld dat ik een gat in mijn hoofd had en suizende oren, maar dat ze zich geen zorgen hoefden te maken. “Nop kan ik even niet vinden”, voegde ik daaraan toe. Ik had hem nog steeds niet gezien, maar op de een of andere manier maakte ik me daar ook geen zorgen over. Dacht: dat komt wel goed. Zo werkt dat dus als letterlijk je verstand op nul staat. Ik had gewoon niet door wat ik zei. Mijn moeder wist meteen dat het foute boel was en zij heeft de moeder van Nop gebeld.’

‘Ground zero is ijzingwekkend’

Diezelfde  ochtend – aan de andere kant van de wereld – werd Monica vroeg wakker met een héél onbestemd gevoel. ‘Ik heb direct de tv aangezet op CNN en daar waren de beelden van Kuta. Een zelfmoordenaar had zich opgeblazen in de Padi Bar in het uitgaansgebied Kuta Beach. Aan de overkant, voor de Sari Club, was even later een autobom ontploft. Toen pas realiseerde ik me dat er serieus iets aan de hand was. Toch drong ook bij mij de ernst van alles blijkbaar nog niet tot me door. Ik ben me gewoon gaan voorbereiden voor een squashafspraak, nota bene! Tot er een vriendin voor de deur stond om te vragen of ik al iets had gehoord van Nop, en ik steeds werd gebeld door verontruste vrienden. Op dat moment kreeg ik ook een sms vanuit Kuta, van een van de bevriende stellen: ‘Je moeder is OK, wij ook. Ground zero is ijzingwekkend.’ Ik wist dat Nop en Wyb geen gsm mee hadden, dus het enige wat ik kon doen was een sms terugsturen: ‘Als je Nop tegenkomt, laat me dat dan weten!’ Vrijwel direct daarna stond een vriendin voor de deur die van de moeder van Nop had vernomen dat Wybrand gevonden was, gewond, en dat Norbert werd vermist.’ 

Je blijft hopen dat hij in de chaos opduikt

Monica: ‘Het circus begon. Het huis liep vol met vrienden, we zijn van alles gaan doen, adressen opgezocht in de Lonely Planet, overal naar toe gebeld. Als een soort gouden-bergen-team waren we bezig om informatie te verzamelen. Eigenlijk wisten we dat hij dood was, maar niemand wilde dat uitspreken. Je hebt de zekerheid niet, je blijft hopen dat hij ergens in de chaos opduikt.’

Elke keer als de deur openging, dacht ik: daar heb je Nop

In het ziekenhuis verzamelden zich inmiddels alle toeristen die niet getroffen waren, om te kijken of ze konden helpen. Er werden lijsten gemaakt, waar mensen hun naam op konden schrijven, zodat er een overzicht kwam wie in welk ziekenhuis lag. Er kwamen mensen eten brengen, er kwamen mensen drank brengen, iedereen maakte zich nuttig. Wybrand: ‘Aan een van die mensen heb ik toen doorgegeven dat ik Nop kwijt was, hoe hij eruit zag en dat ik ervan uitging dat hij ook daar wel ergens rondhing. Elke keer als de deur van de ziekenhuiskamer openging, dacht ik: daar heb je Nop. Hoe langer dat duurde, hoe meer het begon in te kicken dat het misschien niet zo goed ging.’

Blijven zou de situatie niet beter maken 

‘Op maandag werd ik naar Jakarta gevlogen. Dat ziekenhuis in Denpasar stelde niet veel voor en met al die hechtingen in mijn hoofd en gescheurde trommelvliezen mocht ik niet zomaar terugvliegen naar Europa. Er moest eerst in het ziekenhuis van Jakarta een hersenscan worden gedaan om te zien of dat wel veilig was. Gelukkig mocht ik de volgende dag al naar Nederland vliegen, ik kon daar toch niks meer doen. Als ik zou blijven, zou de situatie niet beter worden; het was uit mijn handen. Ik had ook de regie niet meer. Het Zilveren Kruis wordt ingeschakeld, die zorgen dat er een agent is die je begeleidt, en dan word je gewoon uit het ziekenhuis opgehaald. Zowel op de vlucht van Denpasar naar Jakarta als op de vlucht van Jakarta naar Amsterdam werd ik beleid door zo’n agent; dat was heel goed geregeld. Op Schiphol werden we achter de douane opgevangen, waar familie en vrienden op ons wachtten.’ 

Even leek hij gevonden; het bleek een Deense vrouw

‘Vlak voor ik wegging uit het ziekenhuis in Denpasar kreeg ik bezoek van de mannen van de twee bevriende stellen die ook op Bali waren. Zonder dat Nop geïdentificeerd was, spraken wij drieën daar in die ziekenhuiskamer uit dat het er niet goed uitzag. Toen we afscheid namen, ben ik door een medewerker van het Zilveren Kruis door de achteruitgang meegenomen, om de pers te ontwijken. Vijf minuten later werden onze vrienden aangesproken; er was het vermoeden dat Nop was gevonden; omdat ik net weg was, werd hen gevraagd of ze hem wilden identificeren. Zij hebben toen verklaard dat het inderdaad Nop was. Toen ik een week thuis was hoorden we van Buitenlandse Zaken dat hij het toch niet was. het was een Deense vrouw.’ Monica: ‘Ik weet nog wel dat die jongens het daar later heel moeilijk mee hadden. Je gaat natuurlijk aan jezelf twijfelen; je weet toch wel wat je gezien hebt? Iemand van het RIT heeft ons dat ooit uitgelegd hoe dat werkt, dat het begrijpelijk is dat je je kunt vergissen.’

Tussen de doden zochten ze naar Nop

Monica: ‘Daar moet ik nog vaak aan denken. Wat zij hebben gezien moet zo onvoorstelbaar bruut geweest zijn. Ze waren al in het geïmproviseerde mortuarium geweest om te zoeken naar Nop, en toen die identificatie nog. Allemaal vergeefs. Later zijn alle overige stoffelijke resten verzameld en naar Australië gebracht, is er DNA afgenomen van familieleden van de nog vermiste personen en toen is een computer een aantal maanden gaan stampen. We konden niets anders dan afwachten.’

Hij stond een shaggie te pielen

Begin december was er een afscheidsceremonie. Nop was al twee maanden vermist. Monica: ‘We moesten iets doen om toch een soort afscheid van hem te nemen, om te proberen verder te gaan. Het was een heel mooie herdenkingsdienst met waardevolle speeches over hoe Nop was als mens. Er waren enorm veel mensen, hij had ook zó vreselijk veel vrienden. Hij was een levensgenieter, een wereldreiziger in hart en nieren, hij is in het harnas gestorven. Heel bizar was dat ik hem zag staan bij de ceremonie, geleund tegen één van die pilaren stond hij zijn ‘shaggie te pielen’ en alles eens goedkeurend te bekijken. Hij moet gedacht hebben ‘zo is het goed’. Zes dagen later kwam hij als een van de laatsten tevoorschijn. De computer heeft hem geïdentificeerd op 14 december.’

Niet ik, maar een RIT-team haalde hem op

‘Een week later is hij overgevlogen naar Nederland. Ik had Nop beloofd hem van Schiphol te komen halen en die belofte wilde ik nakomen. Helaas moesten allerlei procedures gevolgd worden. Niet ik, maar een RIT-team stond op Schiphol op hem te wachten. Pas de volgende avond kon ik naar hem toe, in een mortuarium in Rotterdam. Daar was hij, in een Indonesische kist van prachtig bewerkt hout. Ik heb heel lang tegen hem gepraat en het was bijna onmogelijk om bij hem weg te gaan. Ik had hem nog zoveel te vertellen. Kon geen afscheid nemen. Zijn begrafenis vond plaats in besloten kring, met ouders, naaste familie en een paar vrienden. Het was fijn dat er eindelijk een plek was om heen te gaan, maar een gevoel afscheid te hebben kunnen nemen, had ik nog steeds niet.’

We hebben nog nooit zo hard gelachen

Wybrand: ‘Na de begrafenis zijn we met de hele club vrienden die ons al die tijd had bijgestaan uit eten gegaan. We zaten in een apart zaaltje, en dat zaaltje ging op z’n kop. Alle emotie kwam eruit. We hebben ons schandalig misdragen en we hebben nog nooit zo hard gelachen. Onze manier van uiten van een bizar rouwproces. Het was een enorme afsluiting, we gingen echt van zwart naar wit. Op het moment dat je hem begraaft, de volgende dag voelt het anders. Alles wat ze zeggen, een begrafenis is een afsluiting, dat klopt helemaal. Toen snapte ik ook pas de waarde van zo’n uitvaart, het is nodig om iets af te sluiten.’ 

Ik kon me laven aan de verhalen over hem

‘Dat saamhorigheidsgevoel heeft me ook echt door die hele periode gesleept’, herinnert Monica zich. ‘Dat werkt nog steeds door op een of andere manier, we hebben echt zo’n hechte band met elkaar. En omdat de meesten Norbert langer kenden dan ik, kon ik me ook laven aan de verhalen die ze over hem vertelden.’ 

Tulpjes op Bali, tulpjes op zijn graf; de cirkel was eindelijk rond

‘Een half jaar na de aanslagen ben ik met een hele goede vriendin naar Bali gegaan. Met haar was ik al vaker naar Bali geweest en Bali was al jaren óns eiland. We wilden dan ook niet dat deze reis puur een bedevaart zou worden. We hebben er bewust een mooie trip van vier weken van gemaakt. Nop is omgekomen op ‘ons mooi Bali’, en het moest ‘ons mooi Bali’ blijven. Na aankomst zijn we direct naar ‘ground zero’ gegaan. Ik schreef in mijn reisverslag: ‘Ik had nooit gedacht dat je het koud kon hebben op Bali.’ Een grote schutting markeerde de plek waar de Sari Club ooit was. Briefjes, bloemen, kleine altaartjes maakten het tot een meer dan bizarre ervaring. We zijn toen alleen gaan kijken, de sfeer voelen. Pas nadat we onze rondreis hadden gemaakt zijn we teruggegaan voor ons echte ritueel. In een klein winkeltje had ik houten tulpjes van Indonesisch houtsnijwerk gevonden. Die heb ik daar in het altaar gezet, en wierook gebrand, iets dat Nop en ik thuis ook vaak deden. Eenmaal terug in Nederland heb ik de resterende tulpjes op Nop’s graf gelegd’, een soort verbintenis gemaakt. De cirkel was eindelijk rond.’

Geef iemand de kans zijn verdriet met je te delen als die behoefte er is

Terugkijkend op die tijd, kan Monica zich nog steeds verbazen over het aantal mensen dat zich omdraait voor je verdriet. ‘Collega’s die je kantoor vermijden en hard langs je deur lopen, alsof er een smet op je ligt. Ga voorbij jezelf, ga die drempel over en geef iemand in ieder geval de kans zijn verhaal te kunnen doen, het verdriet met je te mogen delen als die behoefte er is! En stel geen tijdslimiet aan iemands verdriet. Ik kan na al die jaren nog de tranen in m’n ogen krijgen als ik een motorrijder zie en me realiseer dat het nooit meer Nop zal zijn die op die motor zit. Er staat geen tijd voor rouw! Gelukkig kon ik me ook verbazen over al die mensen die wel plotseling voor je deur staan, een kaartje sturen, bellen. Vaak ook mensen waarvan je het niet direct had verwacht.’ Voor Wybrand was het, als overlever van de ramp iets anders. ‘Als je het hele leed rond Nop weghaalt, is het ook best een spannend verhaal. Mensen horen dan via via wat ik heb meegemaakt, en komen daar dan ook echt naar vragen. Ik vind dat prima, lig daar niet wakker van. Maar die televisieprogramma’s die dan ineens voor je deur staan, ongelooflijk. Daar heb ik dus geen gehoor aan gegeven.’

Het is belangrijk dat hij niet vergeten wordt

‘Ik heb er ook geen trauma aan overgehouden’, vervolgt hij. ‘Dat met elkaar zijn, die rouwverwerking, dat is heel erg goed geweest. Ik ben ook bij Slachtofferhulp geweest. Daar heb ik één keer een gesprek gehad, en toen hadden zij zelf zoiets van: het gaat wel goed met je. Je hoort toch ook altijd: je moet het niet opkroppen, niet binnenhouden, je moet het delen met elkaar. Dat hebben wij met z’n allen gedaan en dat is heel goed geweest. En dat delen, dat kan ik nog steeds.’ Monica knikt: ‘We hebben ook elk jaar nog steeds een herdenking. Natuurlijk wisselt de opkomst en is de samenstelling altijd anders, maar dat geeft niet. Het is gewoon belangrijk dat hij niet vergeten wordt.’ Maar wel op een normale manier’, wil Wybrand nog even benadrukken. ‘Het is niet zo dat als wij met de vriendenclub uit eten gaan dat er nog wordt ingedekt voor Nop. Zo moet het ook niet zijn.’ 

Geen ruimte voor wraakgevoelens

‘Ik heb nooit wraakgevoelens gehad naar de daders’, vertelt Monica. ‘Daar was helemaal geen ruimte voor, geen energie. Toen één van de grote mannen achter de aanslag eindelijk werd veroordeeld, had ik een gevoel van gerechtigheid, uiteraard. Maar dat was niet gekoppeld aan het verlies van Nop. Je krijgt Nop er niet mee terug. Liever denk ik aan de mooie momenten die we gehad hebben, aan de levensgenieter die hij was. Wraakgevoelens zouden die gedachten alleen maar verstoren.’

 

Deze aanslagen op Bali werd gepleegd door Amrozi bin Nurhasyim, Imam Samudra, Ali Ghufron en Hisyam Bin Alizein. Drie van hen zijn in 2003 ter dood veroordeeld. Ze hebben hun terreurdaad bekend, maar toonden geen berouw. Ze waren bereid als martelaren te sterven. Amrozi had zelfs de bijnaam ‘de lachende terrorist’.De rechtzaak woonde hij breed lachend bij en liet regelmatig een ‘thumbs up’ zien. Toen zijn vonnis werd uitgesproken gooide hij zijn handen in de lucht, alsof hij een overwinning had behaald. De advocaten van de drie eerstgenoemden hebben de doodstraf kunnen voorkomen tot november 2008, maar op 9 november 2008 werden ze uiteindelijk toch geëxecuteerd. Begin 2012 verscheen de vierde hoofdverdachte, Hisyam Bin Alizein , voor de Indonesische rechter. Hij was gevlucht en werd in Pakistan opgepakt. Hij wordt aangeklaagd voor moord, verduisteren van informatie over terrorisme, verboden bezit van explosieven en samenzwering tot terrorisme, en is tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld.

 

Bali bombing memorial

Het Bali Bomb Memorial is een monument ter nagedachtenis aan de 202 dodelijke slachtoffers van de bomaanslagen in 2002. Het monument staat op de plaats van de Paddy’s Bar, waar de eerste bom ontplofte. Op het monument staat een plaque met alle namen van de overledenen. Jaarlijks wordt op deze plek op de dag van de aanslag een herdenking gehouden. Helaas wordt het monument slecht onderhouden en zijn de wapperende vlaggen verdwenen.

Dit interview is onderdeel van een reportage over rouw, gemaakt in opdracht van de Schrijversacademie, module ‘Familieverhalen en biografieën’. De hele reportage vind je hier. Om het lezen te vergemakkelijken, zal ik in de komende weken alle artikelen uit de reportage als blog delen.

Geplaatst in Publicaties.

Reageren is lief!