Martine Baadenhuijsen, specialist in communicatie en samenwerking rondom een beperking

Martine is sinds haar geboorte slechtziend. Door haar professionele kennis te combineren met haar ervaring en haar beperking als kracht, zet ze zich in om werkgevers en professionals te leren wat er bij komt kijken om mensen met een beperking optimaal te laten participeren. Dat doet deze gedreven en innovatieve ondernemer via haar organisaties All Inclusive at Work en MB3 Sterk in Gesprek.

Tekst: Vonk Tekst & Design – Fotografie: Fraukje Vonk Photography

Even terug naar 1995

Het is 12 mei 1995. Martine is een vrolijk meisje van twaalf jaar. Ze zit in de Havo/vwo-brugklas op een middelbare school in Katwijk. Die dag heeft ze wat last van hoofdpijn en tijdens de eerste pauze hoort ze van klasgenoten dat haar ogen heel rood zijn. In de tweede pauze is dat erger geworden en ze besluit dat het genoeg is geweest. Ze zoekt haar fiets en gaat naar huis. In een roes. Focussen op het fietsen en even niet aan de pijn denken. Het kleine stukje duurt langer dan normaal. 

Martine is sinds haar geboorte slechtziend. Ze ziet nog maar zo’n tien tot twaalf procent. Maar met haar beperkte zicht kan ze werken met grootletterboeken, kan ze het handschrift op het schoolbord nog net ontcijferen en fietst ze nog zelfstandig. Kleine stukjes, in de buurt, maar ze redt zich. Net als die dag. Maar als ze thuiskomt met ogen die ongekend branden, weet ze dat dat wat de artsen niet hadden verwacht, toch gaat gebeuren. De druk in haar ogen stijgt, haar oogzenuwen komen bekneld te zitten en binnen drie weken is ze blind.

Daar zit ze dan, thuis. Wat nu? De deur durft ze niet meer uit. Stel je voor dat ze vannacht de stoep hebben opgebroken! Ze heeft twee keuzes: veilig achter de geraniums gaan zitten of ‘gewoon’ doorgaan. Geraniums passen niet zo bij het twaalfjarige meisje. Ze geeft zichzelf een enorme schop onder de kont en gaat voor het alternatief. Ze heeft alleen de eindtoetsweek gemist en haar overige schoolresultaten zijn zo goed, dat ze allemaal drieën had moeten halen om niet over te gaan. Ze krijgt de mogelijkheid om toch over te gaan en grijpt die kans. In één zomervakantie schakelt Martine over op brailleschrift, een laptop met spraaksoftware en een taststok. Het tekent Martine en hoe ze in het leven staat. Toen en nu nog steeds.

Blind in drie weken

Martine heeft een aangeboren oogafwijking, een aniridie. ‘Dat houdt in dat ik geen iris heb. Als je naar mijn oog kijkt zie je één zwarte pupil, normaal zit daar een kleurtje overheen. Dat mis ik, en ook gaan mijn ogen heel snel heen en weer. Die combinatie maakt dat ik altijd heel slecht heb gezien. Daar hoort dus ook bij dat je een verhoogde oogdruk kan krijgen, dat er vocht in je oog blijft vastzitten en dat zo de oogzenuwen bekneld komen te zitten. De artsen hadden niet verwacht dat dat bij mij zou gebeuren, maar het is toch gebeurd. In drie weken tijd was ik blind. In mei 1995 maakte ik mijn laatste ‘gewone’ fietstochtje en in september ging ik met alles aangepast weer naar school. Als ik eraan terugdenk, heb ik zelf ook wel zoiets van: wat bizar. Ik was twaalf, midden in de puberteit. Gelukkig had ik heel fijne klasgenoten, die als een huis achter me stonden. Dat heeft me wel heel erg geholpen, dat mensen je zo steunen. Later is dat wel veranderd, maar op dat moment gaf het me de eerste zet om er op een positieve manier mee om te gaan.’

Rechts mist, links contrasten

Met haar rechteroog ziet Martine alleen maar dichte mist, links ziet ze nog contrasten. ‘Ik zie dus bijvoorbeeld dat jij lichte kleding aan hebt; in combinatie met de lamp die erop schijnt, merk ik dat je er zit. Ik zie dat daar een lampje is, maar de details van stoelen en tafels, die zie ik niet. Als mijn hond Kalix blond in plaats van zwart was geweest had ik ‘m misschien zien liggen, maar op deze donkere vloer zie ik ‘m niet.’

Leven op z’n kop

Martine werd in Leiden geboren en groeide op in Katwijk. Daar ging ze ook naar school. Haar CITO-score was voldoende voor een Havo/VWO-advies. Het dwingende advies van haar leerkracht luidde echter Mavo. Martine: ‘Zijn reden? Ach, je hebt al een beperking, maak het jezelf niet te moeilijk. Gelukkig nam de middelbare school mij toch aan in de Havo/VWO-brugklas. Aan het eind van dát jaar stond mijn leven dus op z’n kop. Ik moest overschakelen op brailleschrift, een laptop met spraaksoftware en een taststok. Met behulp van mijn familie en docenten wende ik aan een nieuwe manier van leren en werken. Aantekeningen op het bord kon ik nog prima overnemen als een docent ze even voorlas. In de vijfde werd dat toch een extra uitdaging omdat ik een economiedocent kreeg die per les zeker drie borden vol met sommen schreef. Wat ik voorheen als duidelijke formule in mijn boek zag staan, hoorde ik nu via mijn spraaksoftware op deze manier: x kwadraat is gelijk aan som van haakje openen n min acht haakje sluiten kwadraat gedeeld door haakje openen n min 3 haakje sluiten. Met 365 aanslagen per minuut kom je heel ver, maar af en toe zag ik door de getallen de uitkomst niet meer. En vier, vijf keer per les vroeg ik om een getal te herhalen. Na een paar lessen kreeg ik nul op het rekest. Mijn vragen kostten te veel tijd en ik zou daarmee de resultaten van mijn medeleerlingen beïnvloeden. Bovendien zou ik later toch geen economie nodig hebben. Ondanks die tegenwerking ben ik toch in een keer geslaagd.’

Gesproken interactie

Na de middelbare school besloot Martine het eerste jaar Nederlandse Taal en Cultuur te doen. Na dat jaar bleef Nederlands haar hoofdvak, maar ging ze ook Communicatie- en Informatiewetenschappen studeren. ‘Ik heb me tijdens mijn studie helemaal gespecialiseerd in gesproken interactie. Tijdens een college moesten we een gesprek opnemen en transcriberen: volledig in detail uitschrijven, noteren wie wie interrumpeert en wanneer, hoe lang stiltes duren. Die docent waarschuwde: ‘Doe dit niet met mensen die je heel goed kent want dan kun je weleens dingen van ze ontdekken die je eigenlijk liever niet wilt weten.’ Die zin intrigeerde me zo enorm dat ik dacht: hier wil ik ooit iets mee gaan doen.’

Willen mensen je hebben?

‘Dat ging natuurlijk niet van de ene op de andere dag. Eerst moet je stagelopen, maar hoe kom je aan een stageadres als je niet kunt zien? Willen mensen je hebben? Ik kwam terecht bij een persbureau, maar zat daar totaal niet op m’n plek. Het was gewoon niet my cup of tea. Toen werd ik door de geleidehondenschool gevraagd of ik een zwangerschapsverlof wilde overnemen. Daar hebben we een opdracht bij verzonnen zodat het een stageplek kon worden en ik kon afstuderen. Een geweldige ervaring, maar ik wist dat dat niet de plek was waar ik echt oud wilde worden. Ik miste iets.’

Afwijzing na afwijzing

Na haar afstuderen begon het solliciteren. Steeds weer werd Martine afgewezen. Zelfs als ze in haar sollicitatiebrieven niet vermeldde dat ze niet kon zien en uitgenodigd werd, kreeg ze in het tweede gesprek alsnog de deksel op haar neus. ‘Ik solliciteerde op functies als communicatiemedewerker, ik moest immers eerst ervaring opdoen voor ik communicatieadviseur kon worden. In bijna elke vacature stond het controleren van drukproeven als taak. Tsja, en dat kan ik niet. Dat is volgens mij simpel op te lossen door die taak aan een ander te geven en mij dan een taak van die ander te geven. Maar nee, dan nemen ze toch liever een kandidaat waar ze niks voor hoeven aan te passen. Dat werd dus gewoon niks, en toen ben ik op een gegeven moment een opleiding tot mediator gaan volgen.’

Non-verbale communicatie

‘Ik las over die opleiding en dacht: dat is wat ik wil gaan doen. De opleiding startte al drie dagen later, dus ik had geen tijd meer voor een live kennismaking. Tijdens de telefonische intake kreeg ik te horen dat ik heel positief klonk, maar of ik ook echt mediator kon worden viel te betwijfelen omdat je als mediator heel veel met non-verbale communicatie moet doen. Toen dacht ik al: dat zullen we nog wel eens zien. Al heel snel bleek dat ik alleen op gehoor sneller wist hoe mensen zich voelden en wat er onder de oppervlakte speelde dan ziende medestudenten. Maar in mediationland staat non-verbale communicatie zo hoog in het vaandel, dat het al bij voorbaat voor me bepaald was dat ik geen voet aan de grond zou krijgen. Toen ik mijn opleiding had afgerond, veranderden er ook nog eens allerlei regels, zodat je als mediator alleen nog kans van slagen had als je een volledige mediation-praktijk zou draaien. Daar had ik geen zin in; ik vind het veel te leuk om voor een groep te staan en trainingen en workshops te geven. Ik heb toen besloten mijn vaardigheden in mijn eigen onderneming in te zetten.’

Ik geef mezelf een jaar

‘Niet veel later hoorde ik mezelf op een borrel vertellen dat ik communicatietrainingen gaf, dat ik mediator was en dat ik ook nog iets met ouders van zorgintensieve kinderen deed. Ik voelde mensen gewoon afhaken, het was te veel. Het opzetten van mijn eigen bedrijf ging dus moeizaam. Op een gegeven moment heb ik thuis gezegd: jongens, ik geef mezelf nog een jaar. Ik ga heel goed naar mezelf kijken, focus aanbrengen, en als er over een jaar nog geen perspectief is, dan stop ik ermee, dan ga ik weer solliciteren.’

Communicatie rondom een beperking

‘Eerst ben ik eens goed gaan onderzoeken wat mensen nou precies fijn vonden aan mijn manier van werken. Ik realiseerde me dat toen ik voor mezelf startte, ik mezelf had toegesproken niks met mensen met een beperking te gaan doen. Bij de geleidehondenschool werd ik ingezet als boegbeeld; om mensen te vertellen over wat er allemaal mogelijk was met een beperking, om demonstraties te geven. Superleuk, maar op een gegeven moment kwam het m’n neus uit om te vertellen hoe goed en knap ik wel niet was. Nu ging ik opnieuw bekijken wat ik eventueel toch kon doen met mijn professionele kennis in combinatie met mijn beperking als kracht. Zo ben ik op de combinatie van communicatie rondom een beperking gekomen. Dat houdt in dat ik zowel mensen die zelf een beperking ervaren train, maar ook juist mensen die direct contact hebben met mensen met een beperking. En dat is heel breed, van ouders tot mensen in een werksituatie. Vanaf het moment dat ik duidelijk had dat dat mijn ding was, wisten mensen me ook te vinden. Ik won in datzelfde jaar meteen een prijs bij de gemeente Eindhoven, voor een workshop die ik ontwikkelde. Genoeg tekenen om me het vertrouwen te geven door te blijven gaan.’

Vouwtjes in de flipover

We mogen met Martine mee naar een korte workshop die ze geeft aan zo’n honderd medewerkers van het werkgeversservicepunt Den Haag. Na een korte presentatie zullen de deelnemers een korte opdracht gaan uitvoeren. Tijdens de presentatie gebruikt Martine een flipover, wat best bijzonder is als je weet dat ze zelf niet ziet. Martine: ‘Voor mijzelf voelt het eigenlijk ook heel onlogisch, maar het helpt het publiek. En ik heb natuurlijk tot mijn twaalfde geschreven, dat lukt me nog steeds aardig. Ik schrijf blokletters en gewone letters door elkaar heen, maar ik kan het nog wel. En ik maak allemaal vouwtjes en scheurtjes in de flipovervellen, zodat ik weet waar ik kan schrijven.’

Martine geeft een workshop: 'ik maak allemaal vouwtjes en scheurtjes in de flipovervellen, zodat ik weet waar ik kan schrijven.’

Denken in mogelijkheden

Martine introduceert zichzelf bij het publiek. ‘Ik ben Martine, ik ben getrouwd, heb een dochter van acht, ik ben ondernemer én ik ben blind. Het is mijn doel om de omgang tussen mensen met en zonder beperking te versterken. En daartoe geef ik workshops aan mensen die zelf een beperking ervaren, om ze meer regie te geven over hun eigen beeldvorming. Maar ik help ook organisaties om beter te begrijpen hoe ze de mogelijkheden van mensen met een beperking kunnen inzetten. Dat is waarom ik vandaag hier sta. Zowel in mijn werk – toen ik werknemer was – als nu als werkgever en ondernemer ervaar ik heel vaak dat mensen het nog steeds het lastig vinden om bij mensen met een beperking in mogelijkheden te denken. Ik zal je een paar kleine voorbeelden geven.’

Een wereld die openging

Martine neemt het publiek mee naar groep 8, de uitslag van haar Cito-toets en naar de economiedocent die haar niet wilde helpen omdat ze later toch geen economie nodig zou hebben. ‘Gelukkig heb ik inmiddels het tegenovergestelde bewezen, want ik ben ondernemer en dagelijks met economie bezig. Om m’n bedrijf te runnen, maar ook om de economie een stukje mooier te maken door mensen met een functiebeperking in te zetten’, legt ze uit aan de groep. ‘Op dat gebied ben ik zelf ook veel tegengekomen. Ik ging solliciteren, werd uitgenodigd, belde om te vertellen dat ik mijn blindengeleidehond zou meenemen. Wel netjes toch, anders is dat zo’n verrassing. Standaard werd ik binnen een kwartier teruggebeld: ik hoefde niet meer te komen. Ik besloot het anders aan te pakken. Vooral te vertellen dat ik wel een beperking had maar prima in staat was om zelfstandig en in teamverband te functioneren. Vervolgens heel veel standaard afwijzingen. Ineens een uitnodiging. Opgetogen vertrok ik naar Amsterdam, en stelde me voor aan mijn contactpersoon. Hij begroette me met de befaamde woorden: welkom, ik zag alleen pas een half uur geleden dat je een visuele handicap hebt, maar ja, toen kon ik je niet meer afbellen. Voordeel was dat ik er al was en hij besloot dat we dan toch maar aan de koffie moesten gaan. Een uur later ging ik naar buiten met een – in dit geval – stageplaats op zak. Er was een wereld voor hem opengegaan. Hij zei: ik had werkelijk geen idee dat dit allemaal mogelijk was.’

Bassie zoekt Adriaan

In de zaal worden enveloppen uitgedeeld. Martine vraagt ze nog even dicht te houden. ‘Onbekend maakt onbemind. Daarom probeer ik nu als ondernemer mensen bekend te maken met wat een beperking inhoudt. Ik wil met jullie een uitdaging aangaan. In jullie enveloppen zitten twee kaartjes. Op een kaartje staat de naam van een van de personen van een bekend duo, op het andere staat of je een beperking hebt en zo ja, welke beperking dat is. Er zijn vijf beperkingen in het spel. Sommigen krijgen een mobiliteitsbeperking en moeten op hun stoel blijven zitten. Anderen moeten een hele ingewikkelde som oplossen; deze mensen krijgen een denkbeeldige psychische beperking. Zij zijn altijd heel druk in hun hoofd en moeten daarnaast ook altijd nog de handelingen doen die voor hun werk of dagelijks leven nodig zijn. Dan zijn er ook nog oordopjes om doofheid te simuleren. Jullie krijgen tien minuten de tijd om de wederhelft te vinden. Ben je Bassie? Ga dan op zoek naar Adriaan. Er mag niet geroepen worden. Ga op pad – mits je beperking dat toelaat. Observeer ook voor jezelf wat er met je gebeurt tijdens het uitvoeren van deze opdracht.’

Ben je Bassie? Ga dan op zoek naar Adriaan.

Ga op pad – mits je beperking dat toelaat.

Scheer niet iedereen over een kam

Het geroezemoes in de zaal neemt toe. Na tien minuten vraagt Martine de deelnemers weer te gaan zitten. Direct komen allerlei reacties los. Een vrouw die een bril in haar envelop vond om een visuele beperking te simuleren, had ervaren dat veel mensen hulp boden. Dat vond ze soms fijn, maar soms was het niet nodig en wilde ze dat mensen haar haar gang lieten gaan. Er was zelfs iemand die haar ongevraagd had meegenomen. Dat herkende Martine: ‘Dat vind ik de mindere variant van hulp bieden.’ Er was ook iemand die geen vragen mocht (kon) stellen. Deze man voelde zich heel hulpeloos en geïsoleerd en merkte dat mensen, zodra ze door hadden dat er bij hem niets te halen viel, hem links lieten liggen. Martine: ‘Eigenlijk is het allerbelangrijkste dat als je merkt dat iemand een beperking heeft – en dat geldt eigenlijk gewoon in het algemeen, heeft niet iedereen zijn beperkingen? – probeert te ontdekken waar die beperking ‘m in zit. Scheer niet iedereen over een kam. De ene visueel beperkte is niet de andere visueel beperkte.’

Logische twijfels

‘Om een voorbeeld te geven. Ik wilde deelnemen aan een vervolgopleiding. In een mail vroeg ik of al het materiaal in digitale vorm aanwezig was. Ik had keurig verteld wat voor werk ik deed, dat ik trainingen gaf, aangegeven dat ik heel interactief was. Toch had mijn vraag de docent zo getriggerd dat ik werd gebeld: ‘We willen eigenlijk wel even dat je komt, want we zijn benieuwd hoe de groep op jou reageert’. Dat vond ik nogal vreemd, maar in het gesprek met deze docent kwam ik erachter wat haar referentiekader was. Dat was een blinde man die letterlijk heel statisch was, overal hulp bij nodig had en steeds vertelde hoe ingewikkeld die beperking toch vooral is. Toen ik dat hoorde kon ik haar twijfels beter begrijpen. Maar het zorgde er wel voor dat ik weer tegen die vooroordelen moest opboksen. Hoe mooi zou het zijn als jullie in je werk gewoon tegen iemand zouden zeggen: goh, vertel eens, wat is jouw beperking en hoe kan ik JOU daarin ondersteunen, wat heb JIJ hiervoor nodig en hoe wil je dat ik met jou omga? Die openheid helpt iedereen verder.’

Eigen regie

Martine heeft inmiddels twee bedrijven: MB3 – het bedrijf waarmee ze gestart is – en All Inclusive at Work. ‘Vanuit MB3 geef ik vooral trainingen aan mensen die zelf een beperking ervaren. Het zijn trainingen die mensen de regie geven over hun eigen beeldvorming. Dat kan bijvoorbeeld zijn in een sollicitatietraining: hoe zorg je dat je goed over het voetlicht komt bij je werkgever en dat jij de regie hebt over het sollicitatiegesprek en niet de ander. Dat jij bepaalt wat je vertelt en niet de ander. Maar ik train ook mensen die voorlichting geven voor een organisatie. Ik heb bijvoorbeeld bij de geleidenhondenschool een training gegeven aan de ambassadeurs. Zij gaan op pad om te vertellen wat hun geleidehond voor hen betekent. We zijn nu bezig om binnen organisaties werknemers met een beperking een empowermenttraject te geven waardoor ze zelf beter leren omgaan met hun collega’s, de vragen die ze hebben, zelf om hulp te vragen, maar ook om hun eigen beperking te accepteren. De opleiding Verlieskunde die ik inmiddels heb afgerond kan ik daar ook goed bij gebruiken.’

Optimaal meedoen

‘Vanuit mijn andere bedrijf, All Inclusive at Work, geef ik praktische workshops over participatie en inclusief werken voor mensen die met of voor mensen met een beperking werken. Tijdens mijn workshops ervaren mensen hoe het is om te functioneren met een beperking en wat daarbij komt kijken. Natuurlijk met een positieve insteek en vooral kijkend naar wat iemand wel kan, maar ook met aandacht voor wat er nodig is om optimaal te kunnen meedoen.’

Mag ik de uien snijden?

‘En nee, ik kan je niet vertellen wat iemand die in een rolstoel zit precies aan hulpmiddelen nodig heeft. Dat is per persoon anders en dát is wat ik mensen probeer te leren. In de simulaties ervaren mensen wat het is om een zintuiglijke beperking – doof, slechthorend, visueel beperkt – maar ook een lichamelijke of een chronische beperking te hebben of om psychisch beperkt te zijn. Dat doen we bijvoorbeeld door een gewicht aan de armen te doen, waardoor handelingen al heel snel heel zwaar worden. Of door een koptelefoon op te zetten die je – terwijl je een taak moet uitvoeren – allerlei andere opdrachten laat uitvoeren zoals het alfabet achterstevoren opzeggen. Ik kan niet die handicap nabootsen, maar wel het effect dat het heeft op iemand die aan het werk is. Vaak doen wij opdrachten in de keuken. Dan is bijvoorbeeld de teamopdracht: maak binnen een bepaalde tijd een uitgebreide lunch klaar, met een aantal mensen zonder beperking maar vooral ook met mensen met een – fictieve – beperking. Dan hoor je achteraf bijvoorbeeld: ik was zo blij dat ik alleen maar een courgette hoefde te snijden, maar volgende keer wil ik ook wel een keer de uien doen. Met andere woorden: geef iemand die repeterend werk moet doen, ook eens iets anders wat net iets uitdagender is of anders is.’

Sportief aan de internationale weg timmeren

Martine is behoorlijk sportief aangelegd. Ze heeft een aantal jaar deel uitgemaakt van de Nederlandse damesselectie Goalball; een dynamische balsport voor mensen met een visuele beperking, waarbij twee teams van drie spelers een rinkelbal in elkaars doel moeten zien te krijgen. Martine en haar team hebben aan diverse internationale toernooien meegedaan. ‘Die ervaring heeft me zoveel gebracht. Dat je heel hard moet werken, maar ook wat teamwork is. Zelfs als je tijdens een wedstrijd op de bank zit, heb je een rol. Constant moet je alert zijn, op ieder moment kunnen invallen. Elke speler heeft een volledig donkere bril op, niemand ziet iets. Je speelt met een bal met een belletje erin. Tijdens de training stonden we soms een uur lang van de ene zijde naar de andere zijde balletjes over te gooien zodat we ‘m in een keer leerden vangen, letterlijk blindelings. Dan leer je dat oefening baart kunst echt klopt. Doen, doen, doen en nog eens doen. En communicatie is zo belangrijk. Je staat met drie spelers in het veld die alle drie niks zien. Je moet tegen een team zien te scoren die ook niets ziet. Dan is het echt een kwestie van communiceren: wie doet wat, wanneer, waar ben je. Als je dat goed doet kun je samen heel ver komen. Communicatie to the next level. Ik gebruik de sport en de rinkelbal dan ook bij mijn communicatietrainingen.’

 Gaan op gehoor

‘Ik ski. Een begeleider, die achter me skiet, vertelt me wat voor piste het is, of het steil is, of het hobbelig wordt, of ik langzamer moet en wat voor bocht eraan komt. Tijdens het skiën voel ik heel veel vrijheid, snelheid, maar ook dat ik bezig ben mijn grenzen te verleggen. Die piste is voor mij een wit vlak met een zwart puntje her en der. Dat zullen dan de bomen wel zijn. Maar hoe ver die weg zijn? Geen idee. Het is puur op gehoor gaan. En vertrouwen op de begeleider.’

Corpus, maar dan anders

Martine’s droom is om een groot ervaringscentrum op te zetten waar mensen op de meest uiteenlopende manieren kunnen ervaren hoe het is om een bepaalde beperking te hebben. ‘Denk een beetje aan een museum als Corpus. Maar daar zie je juist hoe het lichaam fantastisch kan functioneren, terwijl het ook heel waardevol kan zijn om te laten zien wat het betekent als je lichaam niet optimaal functioneert. Wat de impact daarvan is op je lijf, je gevoel, wonen, leren en werken. Waar mensen kunnen ervaren hoeveel er mogelijk is, maar ook wat aandachtspunten zijn en hoe je mensen beter in hun kracht kunt zetten. Daar is een hoop geld voor nodig. En naar de bank stappen is zinloos, ik heb een beperking dus ik krijg geen geld. Dat maakt het project behoorlijk ambitieus, maar als het me lukt is dat natuurlijk supervet.’ 

Inclusief leven en werken

Martine aan het woordIedereen moet mee kunnen doen in onze samenleving. Dus ook mensen met een beperking, of dat nu lichamelijk, zintuiglijk of psychisch is. Martine Baadenhuijsen helpt om de omgang tussen mensen met en zonder beperking te vergemakkelijken. Ook helpt ze organisaties bij het ontwikkelen van een cultuur van inclusief werken.

Mensen met een beperking in hun kracht zetten.

Martine brengt haar persoonlijke ervaring mee. Waar zij op de basisschool nog met grootletterboeken werkte door haar slechtziendheid, gebruikt ze nu spraak, braille en haar blindengeleidehond. Deze verandering heeft haar gedwongen om creatief te zijn, door te zetten en te denken in mogelijkheden. Ook heeft ze geleerd wat anderen van haar nodig hebben om samen te leven, te studeren en te werken. Wat voor haar ‘gewoon’ is, is voor een ander nieuw, spannend of onbegrijpelijk.

Aniridie

De term aniridie betekent letterlijk ‘zonder iris’. Deze zeldzame, aangeboren oogaandoening, ook wel iris hypoplasie genoemd, komt voor bij één op de 50.000 tot 100.000 mensen. Het houdt in dat de iris – ook wel het regenboogvlies – geheel of gedeeltelijk ontbreekt.

Geplaatst in Wereldverbeteraars.

Reageren is lief!