Eileen O’Neill, Oprichter Stichting Ladder

Eileen O’Neill is eigenaar van Eigenzinnige objecten en oprichter van Stichting Ladder. Haar stichting zet zich in voor het duurzaam verbeteren van het welzijn en de welvaart van de allerarmsten en kansarmen in Zuid-India. Daarvoor zoekt Stichting Ladder ter plekke initiatiefrijke mensen die ideeën en wensen willen omzetten in daden, maar daarbij een steun in de rug nodig hebben. Eileen: ‘Het was mijn vader die India in mijn hart heeft gebracht.’

Tekst: Vonk Tekst & Design – Fotografie: Fraukje Vonk Photography

Eileen

Op de kade

Eileen werd geboren in Rotterdam. Moeder Ida kwam uit een rooms-katholiek arbeidersnest in Rotterdam. Vader Peter groeide op in een echt arbeidersmilieu uit Gateshead, bij Newcastle, Engeland. Eileen: ‘Mijn opa moest ’s ochtends op de kade gaan staan in de hoop dat er werk voor hem zou zijn die dag. Armoede was het gezin dus niet vreemd. Maar toen mijn vader als jonge soldaat naar India ging, had de armoede die hij daar zag een onverwachte impact op hem. De armoede in Engeland had nog een soort menselijk gezicht, maar de armoede die hij in India zag was zo extreem, dat heeft hij voor altijd meegenomen. Mijn vader is dan ook altijd een heel sociaalbewogen mens geweest, altijd begaan met de underdog. Zijn enorme maatschappelijk betrokkenheid zorgde ervoor dat hij actief werd bij de Young Christian Workers, wat in Nederland de Katholieke Arbeidersjeugd heette.’

Geld sturen naar India

‘De broer van mijn moeder, Cor Kleisterlee, was actief voor de Katholieke Volkspartij. Later in zijn leven werd hij zelfs Tweede Kamerlid van die partij. Hij hield zich bezig met jongerenwerk, kwam op voor de arbeiders en had veel sociale contacten over de hele wereld. Zo is mijn vader in zijn jonge jaren in contact gekomen met mijn oom en is de connectie met Nederland tot stand gekomen. Via Cor kwam mijn vader ook op internationale maatschappelijke bijeenkomsten. Daar ontmoette hij onder andere verschillende mensen uit India. Dat was voor hem weer een weerzien met de mensen die hem zo geraakt hadden. Vanaf dat moment is hij met ze gaan corresponderen, over hun leven, waar ze tekort aan hadden, wat voor obstakels ze tegenkwamen. Een van de mensen waar hij mee schreef, was een katholieke priester, Augustine. Die was altijd bezig met mooie projecten. Mijn vader wilde hem daarbij steunen en zo begon hij met het sturen van geld naar India.’

Olifanten in de la

‘Tot mijn veertigste was ik totaal niet mee bezig met wat mijn vader deed. Ik had mijn eigen leven, en m’n vader met ‘zijn’ India, het zei me allemaal niet zoveel. Wij vroegen er niet naar en mijn vader sprak er ook niet veel over met ons. Wat ik wel wist, was dat er zwart-wit foto’s in een la lagen, waarop mijn vader stond met olifanten. Dat prikkelde wel mijn nieuwsgierigheid, maar toch vroeg niemand uit ons grote gezin met zes kinderen er ooit naar.’

Vreemde snoeshanen

‘Mijn moeder moest heel erg haar best doen om rond te komen van het geld dat er was. Ondanks dat kwam mijn vader toch regelmatig met een of andere vreemde snoeshaan aan die mee kwam eten. Dan had zo iemand hem op Centraal aangesproken en vond hij die persoon zielig. Dat vond mijn moeder zo nu en dan helemaal niet leuk, want er zaten rare figuren bij. Maar ja, dat was typisch mijn vader. We vonden het ook wel weer bijzonder dat hij zulke dingen deed.’

Rijkdom

Toen Eileen veertig werd, werd haar vader tachtig. Inmiddels waren de beide ouders van haar partner overleden. ‘Voor die tijd was ik nooit bezig met de dood. Ik was jong en bruisend en niet zo’n piekeraar. Maar ineens realiseerde ik me dat je ouders dood kunnen gaan. Daardoor ben ik heel veel met mijn vader gaan praten. Er kwamen toen allemaal schriften, mappen, foto’s en brieven uit de kast, van Indiërs en allerlei andere mensen die hij door al die jaren heen had leren kennen. Daar was ik heel erg van onder de indruk. Ik dacht: oh jeetje, dus daar was hij al die tijd mee bezig, dat geld ging daarheen. Maar ik snapte ook dat dat voor mijn moeder soms moeilijk moet zijn geweest. Ze had zo’n klein metalen Peter-Stuyvesant-blikje met zo’n schuifje – dat blikje heb ik nog steeds, het hangt bij mij thuis aan de muur. Daarin zat het geld voor de hele week. Heel vaak kwam het blikje uit de kast, ging het schuifje open, telde ze, en dan stopte ze het blikje weer weg. Dan kon er op dat moment niet gekocht worden wat ze in haar hoofd had. Zo leefden wij. Als kind hadden we daar geen last van, we kregen gewoon eten en drinken en kleding, maar we waren niet rijk. We hadden geen auto, geen telefoon. Dus nee, mijn moeder werd niet altijd blij van wat m’n vader deed. Maar het heeft wel bijgedragen aan het respect dat ik voor mijn vader heb opgebouwd. Hij was een heel eigenzinnige man die zelf niks had, en sowieso voor zichzelf al niets wilde hebben, altijd aan een ander dacht. Hij was een verbinder, een mensenmens, en spullen zeiden hem niks. Hij dronk niet echt, hij rookte niet, hij had gewoon niet zoveel nodig. In mijn vaders ogen waren we rijk, dus gaf hij heel veel weg van dat beetje inkomen dat hij had. Dat heeft wel veel indruk op me gemaakt.’

Weggeven moet pijn doen

‘Er zijn veel mensen die iets voor een ander doen, maar dat ook aan anderen willen laten zien. Mijn vader deed het zonder dat iemand het wist. Toen ik eenmaal met hem in gesprek kwam daarover, dacht ik: hier moet ik iets mee. Niet omdat iedereen zo nodig moet weten wat m’n vader gedaan heeft, maar gewoon omdat ik het zo’n mooie gedachtegang vind: ook in stilte kan je helpen. Een van mijn vaders uitspraken was ‘weggeven moet pijn doen’. Dat had zijn moeder hem geleerd. Iets weggeven dat er niet zo toe doet, dat is makkelijk weggeven. Maar je allermooiste ring, of je zuurverdiende fiets weggeven omdat iemand geen fiets heeft en ‘m harder nodig heeft dan jij, dat voel je. Dan geef je écht iets.’

Het balletje ging rollen

‘Langzamerhand veranderde er iets in mij. Het idee voor een stichting diende zich aan. Tussen de stapels papier die mijn vader tevoorschijn had getoverd, zat dus ook de hele briefwisseling tussen mijn vader en Augustine, de Indiase priester die hij had leren kennen via mijn oom. Augustine was ook internationaal jongerenwerker en betrokken bij de Young Christian Workers. Een man die had gereisd, met Westerse ideeën, die goed Engels sprak. Dat klonk als een betrouwbare contactpersoon. Toen bleek dat hij naar een bijeenkomst in België zou komen, regelden we dat hij zou doorreizen naar Nederland. Ik haalde hem op van het station, en er was direct een gigantische klik tussen ons. Hij was een hele rustige man, observerend, heel prettig om mee te praten. Maar wat ik vooral fijn vond: het was een man van de wereld. Ik wist meteen: dit moet onze contactpersoon worden. Beetje bij beetje kreeg de stichting gestalte. Ik sprak erover met Karina, een moeder van school, die veel had gereisd, ook door India. Zij werd direct aangestoken door mijn enthousiasme. Ook een zakenrelatie van mijn man stak ik aan met mijn enthousiasme. Zo ging het balletje rollen en op 23 maart 2007 zag Stichting Ladder het levenslicht.’

De verbindende elementen van een ladder

‘Als kind was ik al gefascineerd door ladders. Mijn droom was om naar de maan te gaan. Die tekentjes in de maan, daar zag ik van alles in. Dat was waar ik heen wilde. Ik maakte dan ook tekeningen dat ik met een ladder naar de maan ging. Na de middelbare school ging ik de meubelmakersopleiding doen, gevolgd door de studie Interieur, Architectuur en Design aan de Willem de Kooning Academie. Een van de eerste dingen die ik ontwierp was de ladderkaarsenstandaard. Ik was toen 24 en had geen idee dat ik ooit een stichting zou beginnen die ik Stichting Ladder zou noemen. Maar toen Karina, die de rol van penningmeester op zich zou nemen, en ik op zoek waren naar een naam voor de stichting, wisten we dat het moest gaan over verbinding, de connectie tussen hier en India. Al pratend drong een gedachte zich op: het gaat gewoon over dat waar ik m’n leven lang al mee bezig ben: de ladder. Ik zei tegen Karina: ‘Het moet gewoon Stichting Ladder heten.’ Zij vond het geweldig, en we waren gelijk klaar. De ladder heeft alle verbindende elementen in zich.’

Moeizame communicatie

‘India is geen open land, het is een land waar ja wordt gezegd, maar nee wordt gedaan. Wij Nederlanders zijn heel direct in onze communicatie, Rotterdammers zijn nog een graadje erger, en dan zit dat directe ook nog eens in mijn karakter. Dat botst weleens. Dan denk ik dat ik iets heel duidelijk heb uitgelegd, maar dan komt er toch iets anders terug dan ik verwacht. Ze vinden het gewoon moeilijk om openlijk te zeggen wat ze denken, wat ze vinden. Maar ja, het is niet de bedoeling dat zij doen wat wij willen, het is de bedoeling dat wij met elkaar doen wat voor hen goed is. Wij willen daar heel graag met onze kennis aan bijdragen, maar we willen vooral ook dat ze hun kennis inbrengen, hun wensen. Dat is best een heel proces geweest door de jaren heen.’

Verbinding met de mensen in India

Naar school voor een betere toekomst‘Augustine is priester, maar ik zie hem meer als een sociaal-maatschappelijk werker. Ikzelf doe dit ook niet vanuit de kerk. Vanaf het eerste moment heb ik de stichting seculier willen houden, iedereen is welkom. Als we in India weleens in de kerk een praatje houden, dan zeg ik dat ook. Dat ik weliswaar katholiek ben opgevoed, maar dat wij een stichting zijn voor de mens, dat voor ons alle mensen gelijk zijn en wij alle mensen een kans willen geven. De andere Indiase priester waar we mee samenwerken, Richard, is wel echt een priester. Hij is een enthousiasmerend, leuk mensenmens. Hij is heel verbindend met de mensen daar, weet de mensen voor zich te winnen, en dat is belangrijk. Maar qua contact is het wat moeizamer, hij heeft ook dat Indiase pleasende in zich: dank je dit en dank je dat. Liever heb ik iemand die zegt: welkom, leuk dat je er weer bent, maar ik heb nog wel een paar dingetjes die niet helemaal lekker lopen. Dat zit nu eenmaal niet in z’n aard, maar we hebben daarin wel een modus gevonden. Hij doet de praktische dingen met de mensen daar en de verantwoordelijkheden voor de stichting delen we meer met Augustine.’

Veiligheid en trots

‘Karina en ik zijn allebei best sterke vrouwen. Vanaf de eerste keer dat we in India kwamen, was het voor ons gelijk duidelijk: we moeten iets doen voor de vrouwen, de meiden. We begonnen met een school, die is natuurlijk voor jongens én meisjes. Maar de meisjes gaan het niet beter krijgen als de jongens niet ook opgevoed worden. In eerste instantie hebben we gezorgd dat er goede toiletten voor de meiden kwamen. Je kan het je niet voorstellen, maar nog steeds hebben heel veel scholen geen toiletten. Ook in de dorpen zijn vaak geen toiletten. Dan moeten die meiden ’s avonds naar buiten, in het donker. Ze kunnen overvallen worden of verkracht, je bent immers in je eentje buiten. Toiletten zijn dus in alle opzichten belangrijk, niet alleen vanwege de hygiëne. Ook zijn we aan de slag gegaan met educatie. Danscursussen waarin vrouwen expressie mogen tonen, naaicursussen waarin ze iets mogen creëren, schrijfcursussen waarin analfabetische vrouwen hun naam leerden schrijven, kleine woordjes. Dan krijgen ze van die kleine zwarte schoolbordjes met een krijtje, en dan gaan ze heel aandachtig hun naam schrijven. Helemaal trots joh, als ze dat dan kunnen. Het klinkt zo eenvoudig: je naam schrijven. Maar met zulke kleine dingen plant je dus dat zaadje.’

75 jaar terug in de tijd

‘In India hebben de meiden het het moeilijkst, er is nog steeds een hele lange weg te gaan. In het begin dachten we: waarom zeggen die meiden nou zo weinig, waarom zijn ze zo tam en houden ze zich zo op de achtergrond? Maar als je er vaker komt, ga je zien welke problemen er allemaal spelen, hoe die meisjes onderdrukt worden. Het is echt niet zo dat als ze naar school kunnen alles ineens geregeld is. Er komt zoveel meer bij kijken. Ook om de gedachten van de ouders om te buigen. Net als onze ouders vroeger een omslag hebben moeten maken in de tijd dat de hippies opkwamen. Ook toen hebben leerkrachten met onze ouders aan tafel gezeten om ze te overtuigen dat die hippies ook best goede ideeën hadden. Nou, die ouders geloofden er eerst niks van. Die hielden lang vast aan hun vertrouwde tradities. Een vergelijkbaar proces speelt zich nu af in India. Je gaat gewoon 75 jaar terug in de tijd, en dan ook nog eens in een andere cultuur, met een ander geloof.’

De rol van het geloof

‘Dat geloof maakt het soms ook wel lastig. Officieel zijn in het Hindoe-geloof de kasten afgezworen, maar in de praktijk zijn ze er natuurlijk gewoon nog. Dat vormt een probleem. Wij denken dat onderwijs de juiste weg is, in de breedste zin van het woord. Dat kan ook een knutselcursus zijn. Als je vrouwen die eerst niet eens de deur uit mogen al naar het centrum kan krijgen om daar iets te mogen maken, is dat al heel wat. Dat heeft ook bij ons wel even geduurd voor we het zo zagen. In het begin dachten wij ook: een beetje glasverven, wat stelt dat nou voor! Wij willen écht onderwijs, die vrouwen moeten zich wel ontwikkelen!’

Echt begrijpen van India is haast onmogelijk

Eileen‘Daarom zijn we gedurende de jaren gaan samenwerken met een aantal partners in India. Venadu Ladder Foundation is onze zusterorganisatie. Sigaram is een Indiase non-governmental organisation (NGO), die zich inzet om kansarme meisjes voor te bereiden op academisch of ander aanvullend onderwijs. Ook SISP is een Indiase NGO, maar zij richten zich op verschillende manieren op het verbeteren van de levenskwaliteit van kansarme vissersfamilies. Die samenwerking is niet alleen heel inspirerend en ondersteunend, het heeft ons ook geholpen om de situatie in India beter te begrijpen. Wij wonen niet in India – dat willen we ook niet – en daarom is het heel fijn om te leren van ervaringen van mensen met eenzelfde Europese achtergrond, die de mensen hier beter begrijpen. Dat kan soms heel verhelderend werken. Zij kijken er meer naar zoals mijn vader ook deed: elk klein zaadje is er een. Neem een meisje dat niet kan lezen en schrijven. Wij willen haar het liefst meteen naar de universiteit hebben. Maar zo’n meisje komt uit een gezin waarin vader en moeder niet kunnen schrijven. Vader is visser, of dood of gehandicapt. Zo’n meisje moet gewoon haar moeder helpen om geld binnen te halen. Als wij het dan voor elkaar krijgen dat zo’n meisje toch naar school gaat, willen we ook graag dat ze daarna gaat studeren. Als ze dan afhaakt omdat ze bijvoorbeeld in een winkel gaat werken om geld te verdienen, voelen wij dat als een teleurstelling. Maar iemand die daar woont, die meer inzicht en ervaring heeft, ziet het zaadje dat toch is geplant. Die moeder kon haar dochter niet voorlezen, ze kon haar dochter niet leren schrijven, ze kon haar ook geen eigenwaarde meegeven want die had ze zelf niet. Die dochter heeft nu iets geleerd wat haar moeder nooit heeft geleerd. Zij gaat straks haar kinderen leren lezen en schrijven, haar kinderen gaan straks wel gewoon naar school. Je hebt een zaadje geplant, alleen duurt het wat langer voor er een boom uit gegroeid is. En dat is soms moeilijk. Maar inmiddels hebben we het een beetje geleerd. Maar het écht begrijpen van India is haast onmogelijk, het is zo’n ingewikkeld land. Toen we er begonnen, dacht ik: ik begrijp wel hoe dit land werkt en nu zie ik eigenlijk pas hoe complex het is. In die zin zijn ook wij de ladder opgeklommen. Die ladder symboliseert alles.’

Leer-werkplek voor kansarme jongeren

‘Een belangrijk project dat we hebben gerealiseerd, is het Skill Centre, een vaardigheidscentrum. Dat ging niet vanzelf. Als je iets doet in samenwerking met bijvoorbeeld een kerk of een bestaande school, dan heb je al een soort binnenkomer. Als je zelf je eigen project begint, dan wordt daar heel kritisch naar gekeken. Wie ben je? Wat kom je hier doen? Des te fijner is het dat het ons gelukt is. Maar lastig blijft het. Enerzijds raken zelfs de armste mensen er steeds meer van doordrongen dat hun kinderen wel een betere weg moeten gaan dan zij. Anderzijds merk je ook de invloed van de mobiele telefoon. Hoe straatarm de mensen ook zijn, een telefoon hebben ze bijna allemaal. Ze zien wat er in de rest van de wereld gebeurt. En ondanks dat er hier nog zoveel armoede en ellende is, zijn ambachten toch niet meer zo in trek. Ouders willen hun kind niet meer zien werken in een naaiatelier, ze willen dat ze doctor, ingenieur of advocaat worden. Maar er is nog steeds een hele grote groep drop-out-meisjes, en daar ligt voor ons de prioriteit. In samenspraak met onze zusterstichting Venadu Ladder Foundation hebben we een stuk grond van ruim 4500 m2 gekocht waarop we dit Skill Centre voor kansarme jongeren hebben gebouwd. In dit leer-werkcentrum hebben we ook een winkeltje geopend. Daar wordt kleding en andere zaken verkocht aan mensen in de buurt. Een stukje van de – bescheiden – winst die daarmee wordt gemaakt, gaat terug naar het centrum. Daar kunnen dan weer dingen van betaald worden, zodat wij niet altijd tot in lengte van dagen alles hoeven te financieren. Ze moeten uiteindelijk self supportive worden. Het is een zoektocht, maar met kleine stapjes plaveien we een weg.’

Het Skill Centre is vanwege de uitbraak van het coronavirus en de strenge maatregelen ter plekke al acht maanden gesloten. Hierdoor kunnen er op het moment geen cursussen gegeven worden. Afwachten dus. We zijn wel op het stuk grond een kweektuin begonnen. Uit de verkoop van plantjes komt dan nog een beetje geld binnen.

Zelfvertrouwen vergroten

‘Behalve ambachten en vaardigheden, geven we in het centrum ook cursussen om het zelfvertrouwen te vergroten. Dat is zo ontzettend belangrijk. Zo leerden we een meisje kennen die samen met haar zwaar depressieve moeder en oma in een hutje woonde. Oma had bovendien staar, met zo’n grijze waas over haar ogen. Moet je je voorstellen: je komt in zo’n hutje, met een zeiltje als dak, en dan zit dat meisje van 14 daar met die zwaar depressieve moeder en bijna blinde oma. Geen licht, alleen een kaarsje. Dan denk je: Mijn god, hoe ziet het leven van zo’n kind eruit en wat kunnen we daarin betekenen? Het liefst krijgen we zo’n meisje naar school en zorgen we dat ze zich veilig voelt, maar hoe kan je daarvoor zorgen? Er spelen zoveel dingen. Gelukkig hebben we haar naar zo’n self-esteem-cursus gekregen. Later is ze een drumcursus gaan doen. Daar was ze zo goed in, dat ze nu soms als er een bruiloft is, mag komen trommelen en daar wat geld mee verdient. Het is dus echt niet zo dat al die meiden die wij ondersteunen naar de universiteit gaan om arts te worden. Al gaan ze maar naar een knutselmiddag waar ze met de groep even kunnen praten over wat er die week is gebeurd, dat is vaak al een hele stap.’

Samenwerking met Wilde Ganzen en Sigaram

‘In de afgelopen twee jaar hebben we nog twee grote projecten gerealiseerd, beide gericht op voornamelijk meisjes, in samenwerking met Wilde Ganzen en Sigaram. Het ene is een vrouwen-empowerment project. Door spoedcursussen en intensieve persoonlijke trainingen stimuleren we kansarme vrouwen tot actief leiderschap in democratische instanties, bij bijvoorbeeld de overheid, vanaf lokaal bestuur tot nationaal niveau. Op die manier kunnen zij vervolgens zelf mee helpen te werken aan de gelijke rechten van vrouwen. Het andere is een educare-project waarbij de meest kansarme meisjes van 11 tot 16 jaar vijf jaar lang extra begeleiding krijgen om meer zelfvertrouwen en capaciteiten op te bouwen.’

Reaching out to the unreached

‘Nu de coronacrisis ervoor heeft gezorgd dat veel van de armste kinderen volledig geïsoleerd zijn geraakt, hebben we samen met Wilde Ganzen noodhulp geboden aan Sigaram om kinderen online lessen te kunnen geven. We zijn nu bezig dit naar een grotere schaal te brengen. Ons doel is om honderd gezinnen een mobiele telefoon of een eenvoudige laptop te bezorgen. Twee gezinnen gaan het apparaat delen zodat steeds twee kinderen er gebruik van kunnen maken, op verschillende tijden. Zo hopen we tweehonderd kinderen te bereiken. Met dit project, dat de veelzeggende naam ‘Reaching out to the unreached’ draagt, willen we ook een interactief whiteboard en een goed kopieerapparaat voor het studiecentrum van Sigaram bekostigen.’

Duurzaam investeren, met een hart

‘We proberen altijd duurzaam te investeren. Maar ja, we hebben ook een hart. Daarom hebben we een klein bedrag – dat zijn geen duizenden euro’s – dat we spenderen aan de meest schrijnende dingen die we tegenkomen. Zo kreeg die moeder medicijnen tegen haar depressie. Dat is misschien niet duurzaam, maar maakt het leven van dat meisje wel een klein beetje beter. En dat meisje heeft wel iets opgebouwd dankzij ons, ze heeft wat zelfvertrouwen gekregen, dat is dan weer wel duurzaam. Op sommige momenten denk ik: waar doe ik het allemaal voor? Maar dan realiseer ik me steeds weer: we hebben alleen al het leven van die paar vrouwen zoveel verbeterd. En zo zijn er nog zoveel meer voorbeelden.’

Dit durf ik, dit doe ik

‘Het is best af en toe moeilijk om mijn privéleven en de stichting te combineren, dat geef ik eerlijk toe. Ik kan mezelf moeilijk begrenzen, die ladder heb ik niet voor niets als symbool. Ik ben beter in anderen dan in mezelf, zeg maar. Dat maakt dat wat ik voor mezelf doe, vaak niet genoeg uit de verf komt. Dat is weleens frustrerend. Zet me voor een zaal vol mensen en ik praat de hele avond vol passie over Stichting Ladder. Maar zet me voor en zaal met mensen om over m’n eigen kunst te praten… dat is een ander verhaal. Als het over mij gaat, over wat ik maak, word ik onzeker. Ladder gaat niet over mij, het gaat over er zijn voor andere mensen. Dat heb ik van mijn vader. Hij was ook goed in anderen en vond zijn eigen stuk minder belangrijk. Ik wil mezelf niet afspiegelen als een heel nobel wezen, maar ik vind het verbinden gewoon belangrijker. Inmiddels heb ik wel een soort switch gemaakt. Ik ben opgeleid als meubelmaker en daarna ben ik interieurarchitect geworden. Nu maak ik vrij werk. Dat is wat ik doe in mijn ‘gewone’ werkende leven, naast mijn werk voor Stichting Ladder. Ik wil nu ook weleens staan voor een vol atelier met een prachtige expositie aan de muur. Hardop durven zeggen: dit ben ik, dit doe ik, dit gaat over mij. De ladder, die is er altijd en zal er altijd zijn, maar het moet ook even niet over India kunnen gaan.’

Trots

Mandje‘Helaas heeft mijn vader maar heel even mogen genieten van Stichting Ladder. Op 7 juni 2009 is hij onverwacht overleden. Maar hij zou apetrots zijn als hij me nu kon zien, als hij zou weten dat ik er nog steeds ben met m’n stichting, ondanks mijn eigen drukke leven. Wat zou hij dankbaar zijn dat ik mijn moeder bij Stichting Ladder heb betrokken. Mijn vader heeft haar altijd als heel voorzichtig en niet ondernemend gezien. Maar toen hij overleden is, heb ik mijn moeder geleerd om te gaan met de computer en te mailen. Zo is ze contact gaan leggen met India. Ik wilde ooit heel graag met mijn vader een keer naar India, maar voor het zover kwam, kreeg hij een hartstilstand en overleed hij. Toen heb ik mijn moeder gevraagd of ze mee wilde, begin 2010. Dat heeft ze gedaan. Ze was toen al over de tachtig. Vroeger mopperde ze best een beetje, als mijn vader weer met al die acceptgiro’s naar de brievenbus ging. In India is ze het gaan begrijpen. Op 30 maart werd ze 92, en ze heeft inmiddels tien keer India bezocht. Dat zou mijn vader heel bijzonder hebben gevonden. Maar het meest trots zou hij zijn op het feit dat de stichting nog bestaat, dat ik het volhou ondanks alle problemen die we tegenkomen. Op wat we allemaal voor elkaar hebben gekregen. De school loopt goed, de bibliotheek – Peter’s Library, vernoemd naar mijn vader – is top, het Skill Centre kan dankzij het winkeltje zichzelf bedruipen. Ik wou dat ‘ie nog even terug kon komen. Het was zo’n mooie, wijze, leuke man!’

De liefde overheerst

‘Natuurlijk zijn er 30.000 stichtingen, natuurlijk kun je je op 100.000 manieren inzetten voor iets, natuurlijk zijn er duizenden redenen om niet te doen wat ik doe. En natuurlijk zijn er momenten ook dat ik denk: fuck it met Stichting Ladder. Dan gaat iets weer moeilijk, moet ik weer leuren en heb ik het kneiterdruk. Om zoiets te doen moet je wel bevlogen zijn, anders kan je beter stoppen. Maar ja, als het vanzelf ging zou het ook weer niet leuk zijn. Het is een beetje een haat-liefdeverhouding, maar de liefde overheerst altijd.’

Elk klein stapje doet ertoe

‘Op 23 maart 2020 bestond Stichting Ladder alweer dertien jaar. Wat me elke keer weer overtuigt, is het gevoel dat mijn vader me heeft meegegeven, dat elk klein stapje ertoe kan doen. Ik ben wel toe aan wat jong bloed bij de stichting, daar moeten we aan werken. Voor mezelf, maar ook zeker voor mijn moeder, wil ik Stichting Ladder wel in leven houden. Als ik oud ben en ik kijk terug, dan hoop ik dat ik met Stichting Ladder iets van een humanistisch denkpatroon hebben kunnen brengen in India. En dat vrouwen – vooral vrouwen – daardoor gestegen zijn op de ladder. Het hoeven niet allemaal succesvolle mensen te zijn geworden, maar het zou wel leuk zijn als een aantal mensen een beter leven hebben gekregen. Dat blijft voor mij het belangrijkste: dat ze uit die shit zijn gekomen. Al is het maar één treetje op de ladder. Nee, ze zullen niet allemaal op een gouden troon zitten. Maar we hebben wel iets bijgedragen aan het leven van die mensen daar. Als je daar af en toe een klein voorbeeld van ziet, geeft dat zoveel voldoening.’

Bezorgd

‘Onlangs ontvingen we een mailtje van een non. Zij hielp ons ooit een meisje dat in zeer zware omstandigheden leefde, veilig te stellen. Dit meisje hebben we jarenlang gesteund en geprobeerd haar te helpen uit de ondraaglijke situatie te komen waarin ze leefde. We bezochten haar elk jaar als we in India waren en dat waren soms hele emotionele ontmoetingen. Zij maakt het inmiddels goed, is getrouwd, heeft een kind en een dak boven haar hoofd. We hebben dat met eigen ogen gezien toen we de laatste keer in India waren. De non mailde ons, omdat de vrouw bij haar had geïnformeerd naar onze gezondheid. Ze maakte zich zorgen om ons vanwege de uitbraak van het coronavirus. We waren met tranen geroerd toen we de mail ontvingen. Dat je na al die jaren zo’n lief bericht ontvangt, dan weet je weer waar je het allemaal voor doet. Elk stapje omhoog op de ladder is een stapje, elk stapje geeft weer een ander uitzicht. Die ladder willen we altijd blijven bieden aan hen die het zo hard nodig hebben!’

Wil je doneren? Dat kan hier! Of schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Geplaatst in Wereldverbeteraars.

Reageren is lief!