Rouw als vingerafdruk van verdriet

Lang heeft men gedacht dat rouw in verschillende fasen, achtereenvolgend, doorlopen wordt. Elisabeth Kübler-Ross, Zwitsers-Amerikaans psychiater, beschreef die fasen in haar model: eerst ontkenning, dan woede, daarna onderhandeling, vervolgens depressie en tot slot aanvaarding. De laatste decennia is er veel onderzoek gedaan naar rouw, en het model van Kübler-Ross wordt steeds meer gezien als verouderd. Rouw is persoonlijk en voor iedereen anders. Op een zelfde moment kun je rouwen om je verlies maar tegelijk ook weer een stukje nieuwe structuur in je leven aanbrengen. Een aantal experts aan het woord over rouwverwerking.

Taken van rouwarbeid

Prof. dr. Manu Keirse is emeritus hoogleraar Verliesverwerking aan de Katholieke Universiteit in Leuven. Op www.uitvaart.tv geeft hij voorlichting over verschillende aspecten van rouw. Keirse spreekt niet over fasen in rouw, hij heeft het over taken van rouwarbeid. ‘Een taak is iets wat je kunt oppakken en iets wat je ook weer even kunt neerleggen. Ik vind dit een veel actiever model. Maar ook al kun je er een model voor geven waar mensen een houvast aan hebben, geen twee mensen doen het op dezelfde manier.’ Keirse schreef een geschenkboek voor mensen in rouw, getiteld Vingerafdruk van verdriet. ‘Iedereen herkent een vingerafdruk als zodanig. Toch is geen enkele afdruk gelijk. Rouw is ook voor niemand gelijk, al kun je er wel een patroon in ontdekken. Als zeven kinderen hun moeder begraven, begraaft elk van die kinderen de moeder die hij of zij ervan heeft gemaakt. Dat is niet dezelfde moeder voor elk van de zeven kinderen, ook al is het dezelfde vrouw die begraven wordt. Elk beleeft verdriet op zijn manier en elk verwerkt het op zijn manier.’ Wel ziet Keirse herkenbare patronen, en volgens hem kun je aan de hand van die herkenbare patronen ook dingen definiëren die je voor mensen kunt doen. Zo zijn er dingen die ondersteunend zijn voor mensen en dingen die mensen eerder zullen storen.

Sleutels van de deur naar de toekomst

Volgens Keirse zijn er vier sleutels om mensen in rouw te helpen de deur naar de toekomst weer te openen. De eerste belangrijke sleutel is luisteren. Luister naar mensen. Dat vinden veel mensen moeilijk; ze durven niet naar iemand toe te gaan omdat ze niet weten wat ze moeten zeggen. Zo lazen we bijvoorbeeld ook in het interview met Monica dat het haar verbaasde hoeveel collega’s haar kantoor snel voorbijliepen om maar niets te hoeven zeggen. Keirse: ‘Je hoeft niet te gaan om van alles te zeggen, je moet gaan met de vraag: wat zou die persoon vanuit zijn verdriet aan mij te zeggen hebben? En dan hoef je alleen maar te luisteren.’ De tweede sleutel is informatie. Nabestaanden hebben correcte informatie nodig over wat er is gebeurd. In vreselijke omstandigheden worden mensen vaak de informatie onthouden, men wil ze er niet mee lastigvallen of men denkt dat het te moeilijk voor hen is. Als derde sleutel noemt Keirse warmte en genegenheid: ‘Kijk eens naar de natuur; door de warmte van zonnestralen gaat een bloem open. Als de zon ‘s avonds ondergaat en het koud en kil wordt, gaat de bloem weer dicht. Zo hebben mensen ook warmte en genegenheid nodig om weer open te gaan en op te bloeien.’ De vierde sleutel is herinneren: ‘Laat de herinnering levendig zijn. Men zegt vaak tegen mensen: je moet loslaten. Verwerken heeft niets te maken met loslaten voor mij. Verwerken heeft alles te maken met anders leren vasthouden. Leren vasthouden in de herinnering in plaats van in de werkelijkheid.’ Volgens Keirse kun je met deze vier sleutels in de hand, nabestaanden helpen weer deuren naar de toekomst te openen. 

‘Verwerken is een verkeerd woord’

Daan Westerink is rouwdeskundige, journalist en docent, en begeleidt mensen om na een zwaar verlies weer in hun kracht te komen. In een interview met Charles Groenhuijsen vertelt ze daarover. ‘Er wordt vaak onterecht gedacht dat je eerst helemaal door je verdriet heenmoet, en dat je dan pas weer kracht krijgt. Terwijl je merkt dat als je ruimte krijgt voor het uiten van je gevoelens – of ze op die manier te uiten die bij je past – dat je dan ook weer terugvalt op dat andere deel, wat je ook nog bent. Je bent niet alleen dat verdriet, je bent meer dan dat. Daarom rouwt ook iedereen anders. Kracht is cruciaal.’ Volgens Westerink krijg je kracht mee – of niet – van je ouders, een goede relatie, een vriendenkring, karakter. Ze ziet het als een optelsom. ‘Hoe jij omgaat met het verlies van iemand kun je van tevoren niet voorspellen, maar je kunt wel duiden: daar zit het. En het gaat niet om verwerken, verwerken is een verkeerd woord, het gaat om dragen. Verwerken zegt iets over de omgeving. Wij willen heel graag als iemand een kindje verliest – dat is zo  onwerkelijk, zo onvoorstelbaar – die pijn wegnemen en dat kunnen we niet. Wat je ook van oude mensen hoort die vroeger een kind verloren hebben, of er nou over gepraat werd of niet, op je sterfbed is dat overleden kind er weer. Als je dat verlies mee mag nemen, als het kind genoemd mag worden, er mag zijn, dan valt het iets beter te dragen.’ 

Ruimte nemen voor fijne dingen

Westerink ziet het als een groot misverstand dat je op een gegeven moment klaar bent met rouwen. Na de vaak genoemde periode van een jaar en een dag heb je inderdaad alle feestdagen en alle verjaardagen gehad, maar het rouwen is daarmee niet voorbij: ‘Het is niet klaar.’ Een ander misverstand dat Westerink vaak ziet is dat je ‘er dwars doorheen’ moet gaan, dat je eerst moet rouwen en dat je daarna pas weer kunt genieten.Westerink: ‘Ik heb een weduwnaar begeleid die bij de geboorte van zijn kind, zijn vrouw en zijn kind verloor. Dat is zo ongelooflijk traumatisch. Maar een maand later stond hij met zijn vrienden op de dansvloer. Niet omdat hij klaar was, maar het moest eruit, er moest iets uit en zijn vrienden stonden als vast baken om hem heen, die waren er voor hem.’ Dat horen we ook in het verhaal van Wybrand en Monica. Toen Norbert eindelijk was geïdentificeerd en teruggebracht naar huis, hebben zijn vrienden na de begrafenis de lokale kroeg op de kop gezet. Het rouwen was nog lang niet klaar, maar de emoties moesten ergens heen. Westerink: ‘Dat kan. Je kunt ook weer ruimte nemen voor fijne dingen. Wij zijn een beetje doorgeslagen in het praten. We denken dat met praten alles opgelost kan worden.’

Moeilijk om oude patronen los te laten

‘We vinden het heel erg lastig om oude patronen los te laten, dat duurt echt tientallen jaren. Dat is ook zo met heel veel rituelen. Het duurt altijd een generatie voordat nieuwe kennis echt omarmd wordt.’ Dat rouwen in stadia gaat, ziet Westerink ook als achterhaald. Toen zij als meisje haar moeder verloor waren zij, haar broer en haar vader een week later weer aan het werk of aan het studeren. ‘Waren wij aan het ontkennen? Ik geloof het niet. Ik heb mijn vader ook heel vaak emotioneel gezien en aan het huilen. Maar dat werk en die school zorgden ervoor dat we uit ons bed kwamen.’ 

Neem af en toe vrij van je verdriet

Op haar YouTube-kanaal schrijft Daan: ‘Rouwen is een nieuwe balans zoeken, tussen de confrontatie met het verdriet en het weer deelnemen aan het leven. […] Sta jezelf toe verdriet te voelen maar durf af en toe ook vrij te nemen van het verdriet.’  Een mooie gedachte om met ons mee te dragen.

*** *** ***

Dit artikel is onderdeel van een reportage over rouw, gemaakt in opdracht van de Schrijversacademie, module ‘Familieverhalen en biografieën’. De hele reportage lees je hier. Om het lezen te vergemakkelijken, zal ik in de komende weken alle artikelen uit de reportage als blog delen.

Geplaatst in Publicaties.

Reageren is lief!