Fantoomlachen

Jesse is vaak boos. Maar hij moet ook heel vaak lachen. En vaak ook onbedaarlijk lachen. En soms lacht hij om niets. Correctie: schaterlacht hij om niets. Gaat hij in een volkomen appelflauwte om iets dat in zijn ogen hilarisch is en dat in mijn ogen niet bestaat. Fantoomlachen noem ik dat dan maar. En nu zul je je afvragen: Wat is het probleem? Is het erg dat hij lacht? Nee. Het is niet erg dat hij lacht. Ik vind het heerlijk als hij lacht, mijn god, ik zou willen dat hij de hele dag lacht. Maar niet dat onbedaarlijke ‘vraag-dan-wat-er-is’-lachen om niets, en zeker niet als ik me probeer te concentreren op iets (zoals daar zijn: een interessant boek lezen, een ingewikkelde mail dichten aan collega’s of een geweldige reportage schrijven voor mijn cursus). Dat zou ik echt noooooit doen! Tot ik mezelf op de bank vind bij Lief. Hij kijkt voetbal: Internazionale vs FC Barcelona, retespannend! Pedro scoort 1-0 voor Barca. Lief vreet zijn nagels op. Gelukkig maakt Sneijder de gelijkmaker voor de Nerazzurri! Rust. Pfff, wat een toestand. Als de zuidvruchten na 15 minuten weer beginnen aan de tweede helft van hun pot, begin ik aan mijn nieuwste boek van Bill Bryson: “I’m a stranger here myself”.

Bryson, van oorsprong Amerikaan, keert na 20 jaar in Engeland terug naar zijn geboorteland en beschrijft met zijn kenmerkende gortdroge humor de dagelijkse dingen die hij tegenkomt. De simpelste dingen weet hij op een manier te beschrijven waardoor ik – en hele volksstammen met mij – schuddebuikend op de bank lig. Tegen de tijd dat Maicon 2-1 scoort voor Inter, lig ik snotterend en in tranen van het lachen op de bank (zitten is al lang geen optie meer, mijn spieren begeven het één voor één van het lachen). “Ik ben irritant, hè?”, vraag ik Lief nog, die vrolijk antwoordt: “Nee hoor, helemaal niet!” Wat kan hij anders zeggen: “Ja, je komt me m’n oren uit”? Dan zou het ineens wel een heel andere avond worden. Maar goed, ik lees gezellig verder. Nog even. Tot ik bij Bryson’s beschrijving van Amerikaanse reclames kom. Een klein voorbeeld: In one commercial running on television at the moment, a pleasant-looking middle-aged lady turns to the camera and says in a candid tone: “When I get diarrhea I like a little comfort! To which I think: “Why wait for diarrhea?”. Ik neem nu natuurlijk het risico dat de grap niet overkomt als de context ontbreekt, maar geloof me, dit was voor mij de zogenaamde druppel waardoor ik bijna van de bank afrolde, precies op het moment dat Milito 3-1 op het scorebord van het San Siro zet. Met een betraande blik op Lief bedacht ik me dat dit wellicht een mooi moment was om het boek uit te doen. (Dat is een nadeel van een e-reader, vroeger kon je boeken nog zo prachtig dichtslaan, nu zet je ze gewoon uit. Niks geen ruisend papier met de geur van inkt, niks geen bladzijden die terugslaan omdat je het boek van de spanning zo hard hebt opengevouwen. Nee, een digitaal ezelshoor en uitschakelen die handel.) Lief verblikte of verbloosde niet toen ik zwijgend overschakelde op “The Economist”, maar hij zal vast wel even gedacht hebben: “Wie heeft hier nu last van fantoomlachen?” Terwijl mijn linkeroog nog net even meekreeg dat het slotoffensief van Barca in het laatste kwartier niets meer op ging leveren, nam mijn rechterhersenhelft zich voor om nooit meer boos te worden op Jesse als hij om – schijnbaar – niets moet lachen. Want soms is ‘niets’ zó leuk!

Geplaatst in Planet Jesse.

Reageren is lief!