Afzwemmen voor diploma A

autisme; autismespectrumstoornis; fiep; preoccupatie; letterlijk taalgebruikZwemmen, dat is geen enkel probleem. Maar afzwemmen zet wat meer druk op de ketel, helaas. De 75 kinderen aan de rand van het zwembad zorgden voor wat rode vlekken in Jesse’s nek. Toch ging het proefzwemmen, een week voor het echte afzwemmen, hartstikke goed. In groepjes van vijf werden de kinderen naar de startblokken geleid, baantje met kleren, kleren uit, terug in de rij, schoolslag, rugslag, borstcrawl, rugcrawl, de hele riedel. Gewoon een kwestie van afkijken wat de andere kinderen doen. Zelfs door het weinig favoriete ‘gat’ zwemmen ging goed. Weliswaar sloop hij steeds een plaatsje naar achter in de rij, maar uiteindelijk moest hij eraan geloven en ging als een ware Pieter van den Hoogenband te water en… door het gat. Appeltje eitje. Dacht ik…

Een week later, zelfde 75 kinderen op de bank, zelfde ritueel. Groepjes van vijf steeds naar de startblokken. Helaas hoeven badmeesters geen rekentest af te leggen en werd Jesse als zesde van een groepje naar de startblokken gestuurd. Oeps… De badmeester met dyscalculie wuifde Jesse terug naar zijn plekje op de bank en liep vervolgens naar het andere eind van het bad, waarschijnlijk om zijn telraam te zoeken. Jesse vatte zijn gebaar op als een verzoek hem te volgen, wat hij braaf deed. Aan het andere eind van het 50-meterbad drong tot hem door dat hier iets niet goed ging. De bescheiden rode vlekken in zijn nek marcheerden vrolijk op tot zijn kruin en vormden langzaam een tekstwolkje boven zijn hoofd: ‘Ik moet met de badmeester meelopen en nu vergeet hij me! Wat moet ik nu doen?’ En daar is maar één antwoord op. Je moeder zoeken! En zo kwam het dat na ieder baantje die ene moeder haar kind weer naar de startblokken begeleidde. Een bemoedigend ‘loop maar gewoon achter de andere kindjes aan’ werd met een aan headbangen grenzend hoofdschudden de grond ingeboord. Hij was één keer achter iemand aangelopen en dat was hem helemaal niet goed bevallen. Zodra hij weer in het water lag, ging alles goed, maar eenmaal op de kant verstijfde alles weer.

En toen het ‘gat’… Ga maar eens met een lijf vol spanning en een gezicht vol tranen de duik van je leven maken. No way! Geen tien badmeesters kregen hem door het gat.

Toen kwam de fantastisch lieve badjuf, die hem influisterde dat hij eigenlijk een week eerder al had afgezwommen: ‘Zwem gewoon door dat gat, joh, je kunt het hartstikke goed!’. Nope! Hij mocht achter het gat te water en met in gedachten het diploma al in zijn denkbeeldige broekzak zwom hij fluitend de resterende baantjes. De badjuf sprak met mij af dat hij na het officiële deel, in alle rust, nog even door dat gat mocht duiken. Het was nog nooit een probleem voor hem geweest, dus dat ging nu ook wel lukken.

Inschattingsfoutje… Alle goede bedoelingen ten spijt, voelde Jesse zich zó bedrogen. Ze had gezegd dat hij dat rotdiploma al had en nu moest hij toch nog door dat gat!! Hij verstijfde, wederom, en de Pieter van den Hoogenband-achtige capriolen waren ver te zoeken. Huilend liet hij zich als een plank in het water vallen en kwam, zoals een goede plank betaamt, direct weer bovendrijven. Waren de badjuffen en –meesters nog wel van goede zin, de toevallig aanwezige dames en heren van de Nationale Raad van de Zwemdiploma’s waren dat niet…

En daar zit je dan, met één bonk verdriet in een natte zwembroek op schoot. Verdriet, en boosheid. Boosheid omdat hij was bedrogen! Ze had gezegd dat hij zijn diploma al had gehaald en toch kreeg hij het niet. Niets dan lof voor de manier waarop de badjuf het dilemma had geprobeerd op te lossen, maar vanuit Jesse’s standpunt had hij gelijk. We hebben het overleefd, en vijf dagen later zwom hij door het gat het inmiddels veelvuldig vervloekte diploma tegemoet, maar badmeesters en -juffen… daar moet hij niets meer van hebben. De leugenaars…

Meer weten?

Deze post is een onderdeel van een serie. Weten hoe het begonnen is en hoe het verder gaat? Lees meer hierover in de korte inleiding.

Geplaatst in Planet Jesse.

Reageren is lief!