Fietsen makkelijker dan hardlopen? My ass!

Gister fietste ik langs twee hardlopende mannen en ik hoorde de een tegen de ander zeggen: ‘Fietsen is een stuk makkelijker. Als je een uur kunt fietsen, kun je ook twee uur of vier uur of zes uur fietsen.’ Het is dat ik geen vreemde mannen mag aanspreken van mijn moeder, maar anders had ik wel even een boom met deze Speedy Gonzalez op willen zetten. Ik geef toe: voor vijftig kilometer draai ik – onder enigszins normale omstandigheden – mijn hand niet om, en als je vijftig kunt fietsen, lukt honderd en honderdvijftig meestal ook nog wel.

Maar er zijn uitzonderingen. Zo vertrok ik zondag vol optimisme richting Amsterdam, voor de honderdvijftig kilometer van de Dam tot Dam Fietsclassic. Het weer was schitterend, er werd de hele dag zon verwacht met een prima windkracht 4. Ik vertrok als een van de eersten, trotseerde de IJ-tunnel – FA-BEL-TAS-TISCH! – en had er zin in. Maar om een of andere duistere reden kreeg ik bij de vijftig kilometer pijn in mijn rechterbil. Ik heb me ooit laten vertellen dat zoiets zadelpijn heet. Nog nooit last van gehad…

Tot nu dus. En dan ga je schuiven. Van links naar rechts. Op één bil. Op de andere bil. Naar voren. Naar achter. Staan. Nog verder naar achter. Hangen op je stuur. Focussen op je kilometerteller. Hoe hard ga ik? Als ik zo doorrij, hoe laat ben ik dan klaar? Als ik twee kilometer per uur harder ga, hoeveel sneller ben ik dan bij de finish? Ik was zelfs blij dat ik bij Krabbendam een lekke band had. Even uit het zadel. En dat duurde ook nog eens langer dan gepland omdat ik mijn buitenband niet meer terug om mijn wiel kreeg. Gelukkig waren er twee geweldige mannen uit De Lier die deze bejaarde blondine wel even wilden helpen.

Goed. De rest van het geschuif en gehang zal ik je besparen, maar ik verzeker je: deze pijn was niét fijn. En het bleef ook niet beperkt tot mijn fikse derrière, ook mijn handen begonnen langzaam af te sterven. En dat bleef zo. Dagenlang dode vingers is sowieso redelijk irritant, maar als het de bedoeling is dat je zo’n acht uur per dag met 350 blinde aanslagen per minuut je geld verdient, is het f*cking irritant. Dus toch maar even Visser Fysiotherapie en Sport gemaild en vanochtend mocht ik bij Henny Hakker op de bank. Behalve dat hij nog even subtiel bevestigde dat ik niet echt lekker soepel en lenig ben – ja, Lieke Bodde, Yin Yoga is een goed idee… – blijk ik een beginnend schoudergordelsyndroom te hebben. Iets met een borstspier, een sleutelbeen en een vaatzenuwbundel die een beetje knel zit. Een paar indrukwekkende geluiden – uit mijn rug en uit mijn binnenste – verder en met een paar herkenbare oefeningen op zak, zat ik weer op die fiets. En behalve dat mijn vingers al wat beter voelden, kon ik tot mijn grote schrik ineens écht achterom kijken en zien wat er achter me gebeurde. Wat een belevenis!

Maar om even op die hardlopende meneer terug te komen… Als ik ooit nog de woorden ‘fietsen’ en ‘gemakkelijker’ in een zin hoor, stop ik niet om een boom op te zetten, maar om een boom op zijn hoofd te planten. Horizontaal. Hard.

Geplaatst in Fem Vertelt, Tour for Life.

Reageren is lief!